‘Kanker heb je samen’ uit Oncologica

Interview uit Oncologica: ‘Met haar boek vraagt Gonda om aandacht voor een betere behandeling van de patiënt’

‘Wanneer de verschuiving van cure naar care zou moeten gaan en dat wordt niet gezien, dan gaat het ten koste van de kwaliteit van leven. Ik vind dit schrijnend en intolerabel’

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertisements

HET MORELE VERVAL IN DE GEZONDHEIDSZORG #Patiënt(schijn)veiligheid

HET MORELE VERVAL IN DE GEZONDHEIDSZORG -Patiënt(schijn)veiligheid-

 

Afgelopen week schreef ik het volgende op Twitter: https://twitter.com/vovo1967/status/976095791365410816 
Opvallend genoeg werd ik daarna onmiddellijk ontvolgd door arts …. die zich naar alle waarschijnlijkheid voelde aangesproken. Buiten het feit dat ik andere redenen had om deze Tweet te plaatsen (deze redenen had men mij ook gewoon kunnen vragen), kwam daarna ook de welbekende interne Nederlandse Zorg- roddelmachine weer op gang.
Dit brengt mij op het volgende punt. Ik heb ooit een arts in DM aangesproken over het feit dat ik te weten was gekomen dat hij over mij had zitten roddelen. Deze arts schreef mij eerst dat hij “nergens op in wilde gaan” maar na een korte reflectie schreef hij: “…voor het stukje menselijk verval dat ik toonde, ben ik excuus verschuldigd.”

Opgelost zou je denken, ware het niet dat nog geen jaar later deze arts gewoon weer aan het roddelen is geslagen.

 

Zorgmedewerkers zouden moeten oppassen met roddelen, hetzelfde geldt voor zorgbestuurders. Roddelt men al zo erg op sociale media, dan kan ik me voorstellen hoe een zorgmedewerker/zorgbestuurder daar in de dagelijkse zorgpraktijk mee omgaat. Dat roddelen op de werkvloer meer dan ongewenst is, hoef ik hopelijk niet uit te leggen.

 

Ik verzoek zorgmedewerkers dan ook te stoppen met roddelen op sociale media: er zijn helaas al genoeg patiënten die blind meelopen met wat zorgmedewerkers op sociale media beweren en sommige zorgmedewerkers spelen daar handig op in. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, vandaar dat ik het bij deze heb benoemd.

 

Tevens plaatste ik de volgende Tweet via Handle with Care: https://twitter.com/HWC_NL/status/974178178825703425

Dat kunnen wij allemaal wel mooi vinden, maar wanneer je dan voor de zoveelste keer wijst op o.a. deze blogposts  http://inspiration2k17.blogspot.nl/2017/10/een-cultuur-van-schone-schijn-dubbele.html en http://inspiration2k17.blogspot.nl/2017/11/de-oorverdovende-stilte-na-het-geluid.html waar een zorgmedewerker beschrijft waar men in de dagelijkse zorgpraktijk tegenaan loopt en waardoor de patiëntveiligheid in het geding is, gaat niemand daar op in of heeft men kritiek over de manier waarop de blogposts zijn geschreven. Zorgmedewerkers die zich hierin herkennen, laten weten dit niet te durven delen uit angst ontslagen te worden.

Het wordt eens tijd dat wij zorgmedewerkers gaan waarderen die duidelijk aangeven waar ze in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen. Hetzelfde geldt voor goed onderbouwde ervaringen van patiënten. Dat wij niet gediend zijn van klokkenluiders in de zorg is duidelijk; daarmee is het ook gelijk duidelijk dat wij qua patiëntveiligheid nooit verder zullen komen in Nederland. Is dat wat wij willen of gaan wij deze mensen gewoon eens serieus nemen en nemen wij eens de tijd om goed te lezen, laat staan het daarna gezamenlijk serieus te nemen teneinde de patiëntveiligheid in de dagelijkse zorgpraktijk te verbeteren.

 

Ik lees wel alle verhalen van zorgverleners en van patiënten, luister naar hun ervaringen, spit geheel vrijwillig hele zorgdossiers door en probeer te helpen waar ik kan.
Een voorbeeld hiervan is:
Wanneer mensen dachten dat iets een calamiteit betrof, maar wanneer uit het dossier bleek dat het een complicatie was, legde ik dat netjes uit en dan begrepen mensen dat en konden ze verder met leven. Dat zouden ziekenhuizen ook eens moeten doen, dat zou veel ellende voorkomen…

Te vaak moeten patiënten, nabestaanden en zorgmedewerkers jaren vechten en worden medische fouten zeer slecht doorgenomen, behandeld/afgehandeld.

 

Afgelopen jaren heb ik meerdere verpleegkundigen geholpen die ongegeneerd werden (weg)gepest door het management, nadat ze onveilige situaties op de werkvloer op zeer nette wijze probeerden aan te kaarten. De Raad van Bestuur geeft deze managers ongegeneerd deze ruimte, terwijl de RvB deze managers eens goed in de gaten zou moeten willen houden.

 

Ook heb ik artsen bijgestaan die o.a. ten onrechte voor het medisch tuchtcollege werden gedaagd, maar die dan door hun werkgever een dure advocaat kregen toegewezen en waarbij door het ziekenhuis onmiddellijk werd gezegd: “Wij hebben wel vaker met dit bijltje gehakt, dus bemoei je er maar niet mee.” Vervolgens zie je dan dat sommige dure advocaten onvoldoende medische kennis hebben, en daardoor de loopbaan van deze artsen letterlijk op het spel zetten. Ook voor deze artsen heb ik de concepten -opgesteld door hun dure advocaten- met spoed bijgesteld, waardoor het gelukkig net op tijd naar tevredenheid is afgehandeld. Ik zou artsen dan ook met klem willen aanraden zelf alles eerst goed door te nemen, alvorens advocaten iets wat onjuist is uitgewerkt de deur uit sturen.

 

Schrijnend is uiteraard wel dat de werkgevers om te beginnen nooit echt kijken naar wat er precies is voorgevallen, iets wat je als eerste zou moeten willen doen lijkt mij. Sommige klachten zijn namelijk wel degelijk terecht, maar ook dan zegt men tegen de werknemer: “Wij hebben wel vaker met dit bijltje gehakt, dus bemoei je er maar niet mee.” Van medische fouten moet men immers willen leren en dit is duidelijk niet de juiste manier.

 

Ook waren er helaas weer voldoende schrijnende zaken van patiënten en nabestaanden, waarbij het opmerkelijk blijft dat ziekenhuizen i.p.v. met deze mensen om de tafel te gaan zitten, te luisteren en eventueel te leren, ervoor kiezen klachten onmiddellijk door te sturen naar hun verzekeraar of deze mensen zelfs aanraden om naar het medisch tuchtcollege te stappen… Gemiste kansen en uitermate zorgwekkend allemaal. Sommige zorgbestuurders mogen zich wat mij betreft diep schamen.

 

Verder zou ik journalisten er nogmaals op willen wijzen eerst gedegen onderzoek te doen, alvorens weer met grote koppen over vermeende medische fouten te gaan schrijven. Het onderwerp medische fouten vereist grondige onderzoeksjournalistiek en daar ontbreekt het helaas te vaak aan.

 

Iedereen heeft zo onderhand een mening op sociale media wanneer het over medische fouten gaat. Een echte mening mag/kan je pas vormen wanneer je daadwerkelijk met een medische fout te maken hebt gehad of echt openstaat voor de ervaringen, hou daar rekening mee. Het is heel wat anders om uit boekjes en artikelen citaten te halen over hoe het zou moeten, dan wanneer je het als patiënt of zorgmedewerker zelf hebt meegemaakt.

De grote uitdaging is om mensen naar elkaar te laten luisteren; begin in de zorg nou maar eens te luisteren naar de verhalen van mensen die daadwerkelijk met medische fouten te maken hebben gehad. Tijd om echt te luisteren naar datgene waar zorgverleners en patiënten dagelijks tegenaan lopen. Tijd om echt voor je patiënt en je personeel te staan en te stoppen met agenderen en uitschuiven. U moest eens weten hoeveel mensenlevens letterlijk kapot worden gemaakt en hoeveel men dagelijks onder het kleedje schuift…
Medewerkers zijn murw gemaakt.

“Aan alle zorgberoepsgroepen: neem je verantwoordelijkheid, collectief en individueel. Patiëntveiligheid begint bij u.”

Waar angst regeert wordt niet geleerd-

Nb. Ik heb tevens -na lang beraad- veel Nederlandse volgers uit mijn tijdlijn ontvolgd. Heb na 4 jaar Twitter te veel egocentrisme waargenomen: Sommige artsen en verpleegkundigen die klagen over werkdruk, maar wel de hele dag tijd schijnen te hebben voor Twitter, veel eilandjes, weinig mensen die kennis delen, belangenverstrengeling, zich voordoen alsof het voor de patiënt is, terwijl het puur om geld gaat, respectloos gedrag etc. Het zal op deze manier in Nederland nooit wat worden met de patiëntveiligheid…..

 

Dat het anders moet, ziet u hier:

https://handlewithcare.wordpress.com/2016/03/31/de-overeenkomst-tussen-veel-zorgbestuurders-en-pontius-pilatus/

Dank voor het lezen.

 

Gonda Hervaud

Syrian neurosurgeons urgently ask for your help

  •  
Dear people,
We all know about the destruction of entire health systems, including the buildings themselves, health workers and medical supplies in Syria. For those who don’t know, please read:

Hospital Bombings Destroy Syria’s Health System

https://www.hhrjournal.org/2017/05/hospital-bombings-destroy-syrias-health-system/

and look the documentary film about the growing trend in violence toward health workers worldwide: The new Barbarianism
https://vimeo.com/233481538/737a4fec61

For some time I have contact with Dr. Omar Ibrahim. He explains and asks you the following:

I am Dr. Omar Ibrahim, volunteering Neurosurgeon in Syria. I have been the ONLY neurosurgeon in Eastern Aleppo from November 2013 till its evacuation in December 2016.

 

I operated on over 500 people of penetrating brain injury while maintaining a basic elective neurosurgical service for the local population where possible.

I have worked both under the supervision of senior colleagues and independently during this time, dictated by local needs and resources.

 

Since evacuation from Aleppo, I have now established myself in practice in Idib where, with colleagues from a variety of disciplines, I hope to set up a dedicated neurotrauma centre for victims of the conflict.

Currently I work in Maaret Alnoman National Hospital in Maaret Alhoman city, South of Idib, Syria. It’s a main central hospital in the South area of Idib Province, sponsored by the Syrian American Medical Society SAMS; infrastructure, wages and medication mainly.

 

We are only with 2 brain surgeons in this hospital. We manage cases of head trauma, spine trauma, congenital anomalies of the nervous system, brain tumors etc. We have only the BASIC instruments for emergency head trauma surgery. For exemple: the screws needed to fixate the vertebrase of a spine trauma patient are not available.

 

Please help us with the following; we URGENTLY need the following equipment/materials:

 

*Ventriculo-Peritoneal shunt, Medium pressure ,Pediatrics size
*Mayfield head clamp
*Rhoton microdissector set
*Kerrison rongeurs (1, 2, 3, 4 mm) for cervical spine surgery
*Cervical plating system for anterior cervical spine fixation ( plates, screws and surgical set)

*All neurosurgical materials are more than welcome

 

Most hospitals over the world have old stuff still functioning or semi expired supplies. These materials are more than welcome to us! We urgently ask to hospitals over the world to send us material (old or new). This you can send to:

 

SAMS logistics office
Attn. Tools for Care project Omar Ibrahim
Yeni Mah. ŞEHİT Ahmet UYAN Sok. No:2-44 Ünal Apt No: 2, Kat: 1, Daire: 1
Reyhanlı

Turkey

 

For further information please contact :

Dr Omar Ibrahim e-mail:

(From here, they will ensure you that the materials will arrive at their destination in Syria)

 

 

Please explain this situation in your own hospital: submit it to the Board of Directors and submit it to the neurosurgical departments

 

Let’s use our ability to cooperate. Let’s stay human and help each other out!

 

We will keep you informed when we receive your material and we would like to express our thanks for the effort you will make.

 

Kind regards,

 

Gonda Hervaud, Dr. Omar Ibrahim and the medical staff in Syria

Het Sneeuwbaleffect

th4w4kqig6

Gisteren ‘gastblogde’ (met dank aan Gonda Hervaud!) ik hier op Handle With Care over “De ROM en andere zorgellende”. Als profesional / ervaringsdeskundige die deel uitmaakt van de initiatiefgroep ‘Stop ROM als benchmark’, zit ik dicht bij het vuur, daar waar het dit onderwerp betreft. Over dit ‘dicht bij het vuur zitten’ en wat dat tot nu toe voor mij betekent, wil ik het in deze blogpost hebben.

Trouwe lezers van Handle With Care weten dat ik geen groot fan ben van de wijze waarop de zorgwereld zich het laatste decennium ontwikkeld heeft. De marktwerking heeft voor een enorme bureaucratisering en verontmenselijking van de zorg gezorgd. De zorg is waarschijnlijk de enige bedrijfstak in Nederland waar het aantal managers en pennenlikkers groter is dan het aantal werkers in het primaire proces. (Het mag wat kosten, niet???) In tegenstelling tot wat de marktpartijen (inclusief de zorginstellingen) roepen draait het allang niet meer om de patiënt. Natuurlijk is de zorg technisch op een hoog niveau: we kunnen veel en de standaard is hoog op dat gebied. Dat is een groot goed en is natuurlijk belangrijk. Minstens zo belangrijk vind ik een zorg die geworteld is in menselijke normen en waarden en een zorg die voor iedereen laagdrempelig toegankelijk is. Je kunt technisch nog zo goed zijn, maar als het hart uit je zorg is, je stelselmatig mensen uitsluit en je professionals dwingt om hun beroepscode te verloochenen, dan schiet je zorg mijns inziens tekort en kun je op moreel ethisch gebied waarschijnlijk nog wat leren van pak ‘m beet, een gordeldier met een gemiddeld IQ.

Een ander kritiekpunt dat ik op de zorg in ons land heb, is dat de regie niet is bij de mensen waar die hoort te zijn: de patiënten en de professionals. Ik kan hier een hele verhandeling over schrijven, maar ik denk dat eenieder die dit leest weet wat ik bedoel. Mocht dat niet het geval zijn, lees dan maar eens een aantal van mijn blogs hier op Handle With Care.

Terug naar het ‘dicht bij het vuur’ zitten en wat dit voor mij betekent: de laatste weken hebben me laten zien dat de zorgorganisatie nog professional en patiëntonvriendelijker is dan ik al dacht. Het is een haast onontwarbare kluwen van clubjes en verenigingen die allemaal voor hun eigen belang gaan, ook al zeggen ze dat ze er zijn voor professionals en / of patiënten. In dit eigen belang gaat het, zoals zo vaak in dit soort situaties vooral om geld, macht en ego’s. Een wetmatigheid die ik ontdekt heb is dat hoe harder een club brult dat ze  staan voor transparante zorg waarin de patiënt centraal staat, hoe meer je als professional en / of patiënt op je hoede moet zijn. Op bijna alle niveaus bestaat de zorgorganisatie in ons land uit koninkrijkjes, niet zelden geleid door een onverlicht despoot. De achterdocht en soms zelfs kwaadaardigheid naar elkaar, maar ook naar de patiënten en professionals is van een orde waarvan ik dacht dat die  alleen maar voorkwam in bananenrepublieken. Ik was al  geen lid van de club van de roze bril, maar de dingen die ik de laatste weken hoor en lees, gaan zelfs mijn zwartse begrip te boven. Professionals en patiënten zijn niet heel veel meer dan smeerolie in de raderen van een megalomane geld en machtmachine.

Nou, nou, nu overdrijf je wel weer een beetje, Vink, hoor ik een aantal lezers al denken. We leven toch in een democratisch land en niet in, om eens een zijstraat te noemen, Noord Korea. Dat we niet in Kim Yong Un’s speeltuin wonen klopt inderdaad, maar ik denk dat zelfs deze narcistische sociopaat nog het een en ander zou kunnen leren in Nederland Zorgland. Uit onbetrouwbare bron heb ik me laten vertellen dat zelfs Donald Trump overweegt om stages te lopen bij Zorgverziekeraars Nederland, ‘ons’ ministerie van Volksverlakkerij Welrijn en Spot en een aantal beroepsverenigingen dan wel patiënt vertegenwoordiging clubs. “Let’s look ‘m in the pussy”, schijnt hij gezegd te hebben.

Toch ben ik deze laatste weken een wat positiever mens geworden. Want ‘zo dicht bij het vuur’ kom ik ook in aanraking met de warmte van een behoorlijk grote, en snel groeiende,groep van bezielde mensen; professionals en patiënten die hun beroepseer en / of principes weigeren te verkwanselen en die zijn begonnen om een kleine sneeuwbal van die hele hoge Zorgellendeberg af te rollen. Een sneeuwbal die steeds groter wordt, die ook steeds harder gaat rollen en die op ramkoers ligt met de onneembaar geachte Ivoren Toren in het dal. En door het gebulder en gebonk van die steeds groter wordende sneeuwbal, vertoont het gewapende beton van die Ivoren Toren zowaar al kleine scheurtjes. En zo komt het dat ik voor het eerst in jaren weer eens een gevoel van hoop heb. Hoop dat  het mogelijk is om die Ivoren Toren met de grond gelijk te maken en de zorg weer te maken tot wat ze zou moeten zijn: een plek waar patiënten centraal staan, waar professionals samen met die patiënten de regie voeren en waar respect, wederkerigheid, compassie en voor elkaar zorgen geen vieze woorden zijn.

“Stop ROM als benchmark” is naar ik hoop de eerste sneeuwbal die frontaal met het ‘vrije” marktgedrocht botst en de eerste bres in de muur slaat.. Met die ene bres  zijn we er natuurlijk nog lang niet, maar het laat zien dat de Ivoren Toren niet onkwetsbaar  is.

Alles over het initiatief “Stop ROM als benchmark” vindt u op de site stoprom.com. U kunt daar ook de petitie tekenen.

Lex Vink

De ROM en andere zorgellende

header-stop-rom

Sinds enkele weken klinkt er een nieuw geluid in de GGz. Het geluid was het eerst hoorbaar in het hoge Noorden van ons land. Voor de verandering ging het nu eens niet om het geluid van een aardbeving, maar om het geROMmel van een vasthoudende psychiater. Zijn geluidsgolven werden her en der in den lande gehoord en zowaar, iets dat zelden gebeurt, gebeurde, het geluid werd overgenomen en verder uitgedragen door een steeds groter wordende groep (G)Gz professionals en patiënten. Intussen is het door deze groep geproduceerde aantal decibellen dusdanig groot dat je ofwel doof moet zijn, ofwel met je kop in het zand moet zitten om het niet te horen. Hoewel er ook nog een behoorlijke groep lieden is die een dusdanig groot bord voor het hoofd heeft,  dat het geluid daarop afketst.

Het geluid is gericht tegen het gebruik van de huidige wijze van Routine Outcome Monitoring als benchmark  in de GGz. Dus niet tegen het gebruik van Routine Outcome Monitoring ‘an sich’, maar tegen de manier waarop dit nu georganiseerd is:

  • Niet gericht op het vergroten van de kwaliteit van GGz maar als benchmark
  • Niet wetenschappelijk
  • Zonder toestemming van / informed consent door patiënten.

Dus nog even voor de goede orde, de ‘herrieschoppers’, verenigd in het initiatief ‘Stop ROM als benchmark’ (stoprom.com) zijn helemaal niet tegen de ROM. Sterker nog:

  • We zijn voor het meten van de kwaliteit van de door de GGz geboden behandeling en zorg.
  • We zijn voor het gebruik van ROM in de behandeling.

Mits:

  • Dit wetenschappelijk verantwoord is,
  • dit uitgevoerd wordt door de betrokken professionals en patiënten,
  • dit in overeenstemming is met de regels van de medische ethiek (waarbij het goed in/voorlichten van en het expliciet vragen van toestemming aan patiënten met stip op nummer een staat) en
  • dit in alle openheid gebeurt. En met openheid wordt bedoeld dat de verzamelde geanonimiseerde (en dus ook echt anonieme) data voor alle betrokken partijen  toegankelijk zijn.

Tot zover het technische deel van dit verhaal. Een deel dat onnoemlijk meer ‘ins and outs’ heeft dan ik hier kan opschrijven. Bent u daarin geïnteresseerd, verwijs ik u naar de site stoprom.com

Dan is het nu tijd voor de persoonlijke noot. Ik ben verpleegkundige en ik loop als sinds de invoering van de ROM op ‘mijn’ afdeling te hoop tegen dit zorgverzekeraarsgedrocht. Niet alleen vanwege die zorgverzekeraars. Je kunt het een vampier nu eenmaal moeilijk kwalijk nemen dat hij dol is op bloed, toch? Nee, ik maak me vooral kwaad omdat 1) de ROM terreur gewoon geslikt wordt door de meeste van mijn collega professionals en hun vertegenwoordigende clubs, 2) de ROM belastend, en regelmatig zelfs ronduit schadelijk is voor patiënten die hem moeten invullen en 3) omdat de ROM inbreuk doet op mijn integriteit als professional.

Laat ik bij 1) beginnen: Ondanks veel gemopper en gemor is de ROM op ‘mijn’ afdeling ingevoerd. Als ik aan de hardst mopperende en morrende mensen (professionals en managers) vraag waarom ze meewerken aan iets dat ze niet zien zitten, dan is het standaardantwoord: ‘omdat het moet van de verzekeraar.’ Blijkbaar hebben ze dus geaccepteerd dat in de zorg niet de patiënt, maar de verzekeraar centraal staat. Ik vind dit op zijn minst een onprofessionele houding, de andere woorden waarmee ik deze houding wil typeren, houd ik maar voor me, omdat ik niet kan garanderen dat dit stuk niet gelezen wordt door personen onder de 18 jaar.

Verder met 2). Ik heb mensen horen beweren dat de ROM niet belastend is voor patiënten. Dit zijn mensen die zelf nooit patiënt zijn geweest en die zich ook totaal niet in kunnen of willen voelen hoe het is om pak m beet een depressie of psychose te hebben. Ik heb dit thema al eens eerder aan de orde gesteld in een blog op Handle With Care ‘GeROMmel met de ROM’  Ik ben overigens niet alleen verpleegkundige, maar ook ervaringsdeskundige. Ik kan u vertellen dat vanuit die positie de ROM me alleen maar nog kwetsbaarder maakt dan ik me op momenten dat ik zover ben dat ik om professionele hulp kan vragen al voel. De ROM maakt dat ik me een voorwerp voel, een non persoon, een statistiek in een hulpverleningsindustrie. Juist op het moment dat ik als mens gehoord en erkend wil worden. Het schendt ook mijn vertrouwen in de hulpverlener die me de ROM onder de neus schuift, omdat dat moet van de verzekeraar. Sterker nog, de hulpverlener die mij een ROM onder de neus schuift, zonder verdere uitleg dan “het moet van de verzekeraar”, die heeft voor mij direct afgedaan, als mens en als hulpverlener.

Kom ik tot slot bij 3): Als verpleegkundige heb ik een beroepscode en heb ik een eed afgelegd. Nu word ik als verpleegkundige niet zo erg onder ROMdruk gezet als de behandelaren op ‘mijn’ afdeling, maar ik word wel geacht om patiënten bij opname en ontslag te stimuleren om de ROM in te vullen. Er is mij noch door mijn manager, nog door de artsen waarmee ik samenwerk ooit vertelt waartoe de ROM dient, waar de ROM data naar toe gaan, wie er toegang toe heeft en wat er mee gebeurt. Dat heb ik allemaal zelf uitgezocht. De enige uitleg die we als verpleegkundigen over de invoering van de ROM kregen was: “het moet van de verzekeraar” en “als we niet voldoende ROMmen, dan krijgen we een boete”. Er is dus ook nooit aangegeven dat patiënten niet hoeven mee te werken aan de ROM. En aan de enkele patiënt die wel vraagt waarom hij moet ROMmen, wordt het zelfde standaard antwoord gegeven als aan de medewerkers: “het moet van de verzekeraar.” En dat terwijl ik werk in een organisatie die de mond vol heeft over transparantie en patiënten die centraal staan. Terugkomend op mijn beroepscode en afgelegde eed, vind ik dat die geen waarde hebben als ik zondermeer mee zou werken aan de ROM constructie zoals die nu is. Deze constructie zet het ‘goed hulpverlenerschap’ onder druk, het doet inbreuk op de vertrouwensrelatie die ik als professional met een patiënt heb, het is een uiting van disrespect en ongelijkwaardigheid.

Tot slot nog even het focus op de clubs die zeggen dat ze zorgprofessionals en patiënten vertegenwoordigen. Dat de meeste van jullie je in slaap hebben laten sussen door de mooie verhalen van VWS en verzekeraars daar waar het de zegeningen van de marktwerking betreft, soit. Het zou niet mogen gebeuren, maar het kan. De ROM kwestie is helaas slechts een uitwas van de marktellende die de laatste jaren over ons is uitgestort. Volgens mij is er geen beroeps of patiëntenclub meer die nog niet wakker is. Wakker zijn is echter een, laten zien waar je voor staat is een heel ander verhaal. Mijn oproep: laat nu eindelijk eens zien voor wie en waar jullie voor staan, doe eens democratisch, vraag het je leden wat ze echt willen en kom eindelijk eens in actie. Misschien is het nog (net) niet te laat.

Lex Vink

Trust Your Gut

imagesuploadsnieuwscd4a1c81c409a6935edafccfb773b841

In ons land is de afgelopen maanden een nieuw fenomeen geïntroduceerd: De boze witte man die aangestuurd wordt door zijn onderbuik. Ikzelf ben al veel langer bekend met dit verschijnsel, sterker nog, ik ben zelf al jaren een boze witte man die ook nog eens last heeft van gerommel in  zijn  onderbuik, met daarbij ook nog eens de neiging dit gerommel niet te negeren.

Helaas wordt het woord ‘boos’ geassiocieerd met onredelijkheid, impulsiviteit en agressie en heeft ook de onderbuik geen goede reputatie: het is een primitief, onredelijk orgaan waar weldenkende mensen met dedain op neerkijken. Onderbuikers worden gezien als niet al te slimme primaten, net geen chimpansees, maar eigenlijk ook geen mens.

Dan rest ons hier ook nog het derde beladen woord: Wit. Wit staat voor een etnisch profiel dat door steeds meer policor persoontjes bij voorbaat verdacht is. Het pleit hier echter in mijn voordeel, hoop ik tenminste, dat mijn ‘witheid’ in dit geval niets met etniciteit te maken heeft, maar een gevolg is van mijn beroep: Ik ben pleegbroeder en loop dus redelijk vaak rond in een wit camouflagepak.

Zoals aangegeven heb ik last van gerommel in mijn onderbuik. Het voelt daar al jaren niet echt pluis. Ik negeer dat niet, sterker nog,  ik heb een rotsvast vertrouwen in mijn onderbuik. Ik zie mijn onderbuik als een soort 6e zintuig, een intuitief orgaan. Een onderbuik liegt nooit, het is rechtstreeks verbonden met mijn reptielenbrein, u weet wel, dat deel van de hersens dat we het liefst niet kennen, maar dat ondertussen wel de baas in onze bovenkamer is. Dit in tegenstelling tot de veelgeprezen rationele, ‘beschaafde’ cortex, volgens velen de zetel van de intelligentie, volgens mij een eenvoudig te misleiden domoor.

Als verpleegkundige heb ik geleerd om vooral mijn onderbuik nooit te negeren. ‘ Voelt’ iets goed, dan is het ook meestal goed. Rommelt het in de onderbuik dan is het niet slim om dat te negeren, ongeacht wat de ‘verstandige’ cortex me hierover ook influistert. Dat betekent dat ik in een klinische context altijd extra op mijn hoede ben op het moment dat mijn onderbuik zich onder de dikke laag van de ratio van objectiveerbare gegevens en de door heel veel hele slimme cortexen vastgestelde regels, richtlijnen en protocollen voelbaar begint te maken. Immers, mijn onderbuik liegt nooit.

Niet alleen binnen de klinische context van mijn werk luister ik naar mijn onderbuik, ook als het gaat om de manier waarop mijn werk ingebed is in de organisatie waarin ik werk, is dit orgaan mijn belangrijkste kompas. En dat kompas vertelt me al jaren, en steeds indringender dat de koers van de rationele organisatie niet strookt met wat goed is voor patiënten en zorgverleners. Daar waar de ratio maar blijft beweren dat de marktwerking goed is voor de zorg, dat in de zorg de patiënt centraal staat, dat meten weten is, dat gevoel / intuitie niet professioneel zijn, dat de zorg gastvrij is, enzovoorts, gaat mijn onderbuik steeds harder tekeer. En in mijn dagelijkse werk zie ik ook dat die intestinale herrie niet voor niets is: vooral patiënten en zorgverleners worden keihard belazerd. De wrange grap hierbij is dat de meesten van ons dit ook gewoon doorhebben, maar dat we ons iedere keer weer laten beduvelen door de mooipraat van de ratio, de zogenaamde verstandige managers en beleidsmakers.

Die mooipraat heeft ons overigens een geheel nieuw jargon opgeleverd, de zogenaamde Babylonische lulkoek. Dit jargon is herkenbaar aan het feit dat het erg imposant klinkt, maar niets zegt. U kent ze wel, woorden als transparant, innovatie, professioneel, tools, focus, escaleren, issue, support, authentiek, borgen, proactiviteit, integraal, SMART, persoonlijke ontwikkeling, participatie, HRM en ga zo nog maar even door. Ik moet het de ratio nageven: ze is enorm creatief in haar misleiding.

Ondertussen is het in de dagelijkse zorgpraktijk een onoverzichtelijke, ziekmakende klerezooi waarvan de kosten steeds verder uit de hand lopen en waarin, net zoals in de maatschappij de kloof tussen de ‘haves’ en ‘have-nots’ steeds groter wordt, waarbij de eerste categorie steeds kleiner wordt en de tweede groep maar blijft groeien. En ondanks het feit dat alle betrokkenen dit zien, gebeurt er helemaal niets. Begrijpelijk als je je rondwentelt in het pluche van de eerste categorie, volkomen onbegrijpelijk als je, als lid van de tweede groep, tot je nek in de lulkoek staat.

Waarom nu deze uitwijding? Welnu, het is zeker niet mijn eerste uitwijding, daarover zometeen meer. De reden dat ik nu weer rammel op mijn al aardig versleten toetsenbord is een tweet die op 14 december jl. door @Wim_Schellekens het web op werd geslingerd: “@lucpluijmen76 Waarom weigeren professionals en bestuurders niet (collectief) om indicatoren te meten die geen toegevoegde waarde hebben?”

Ik wachtte het antwoord van Luc niet af en tweette zelf terug: “De gemiddelde zorgorganisatie wil geen onrust dan wel kritische medewerkers. Vorig jaar blogde ik @hwc_nl Result: Op matje bij HR & baas. Boodschap: Hier zijn we niet blij mee. Ging nergens over inhoud”.

Naar aanleiding van de reacties die ik vervolgens op mijn antwoord kreeg beloofde ik dat ik op korte termijn wat uitgebreider op de materie in zou gaan. En dat ben ik hier aan het doen.

Vorig jaar begonnen Gonda Hervaud (@vovo1967) en ik het blog ‘Handle With Care’.  Doel was om het geluid van de onderbuik te laten horen, te laten zien dat de dagelijkse zorgpraktijk met al haar prachtige ratio niet veel meer is dan een duur aangeklede aap, waarbij de mooie kleren de lelijke aap proberen te camoufleren. Iedereen doet vervolgens alsof het beest een intelligent persoon is, terwijl de werkelijkheid nog steeds niets meer is dan een lelijke, domme aap. Of laat ik een andere analogie geven: de dagelijkse zorgpraktijk met al haar prachtige ratio is niet meer dan een imposant droomkasteel op een filmset; een adembenemende gevel met daarachter een onthutsende leegte.

Gonda’s man, Pierre, ging lettterlijk ten onder in die leegte en ik probeer, tegen beter weten in, collega professionals te doordringen van die leegte, maar ook om die leegte iets minder leeg te maken. Gonda en ik vonden elkaar in de leegte en besloten om iets ervan op te vullen met tekst. Tekst over het schrikbarende contrast tussen de imposante buitenkant en het grote gapende gat erachter Als je geïnteresseerd bent in dit contrast nodig ik je (ook namens Gonda) uit om onze blogposts eens kritisch door te lezen: je vindt ze @  https://handlewithcare.wordpress.com/  Een van de blogposts ging overigens over hetzelfde onderwerp als dat door Wim Schellekens in zijn tweet werd aangeroerd. De titel is “De barricade op” en je kunt hem HIER lezen.

Maar goed, terug naar mijn reactie op de tweet van Wim Schellekens: ergens medio 2016 werd ons blog ook opgepikt door mijn werkgever. Dit resulteerde in een uiterst vriendelijk maar niet mis te verstaan officieel gesprek. In dit gesprek werd de inhoud van de door mij geschreven blogposts nauwelijks besproken, waaruit ik concludeer dat ik daar de waarheid niet te zeer geschonden heb. Wel vond men dat ik niet erg loyaal naar mijn werkgever was, in die zin dat ik mijn werkgever en mijn collega’s niet hielp met mijn ontboezemingen: immers, door mijn schrijfsels zouden mensen kunnen gaan denken dat het ziekenhuis waarin ik werk het niet zo nauw neemt met hetgeen ze wel pretenderen te doen. Dat zou dan weer gevolgen hebben voor het image van het ziekenhuis. Daardoor zouden verzekeraars wellicht moeilijk kunnen gaan doen of patiënten misschien een ander ziekenhuis kiezen en daardoor zouden banen verloren kunnen gaan of, ramp, het ziekenhuis in de financiele problemen kunnen raken. Men kon mij niet verbieden te bloggen, want ik was nergens echt over de schreef gegaan, maar ……. Verder werd nog wel fijntjes opgemerkt dat mijn schrijfsels natuurlijk nauwlettend gevolgd zouden worden, dat ik dus heel zorgvuldig mijn woorden zou moeten kiezen, want anders zou een volgend gesprek wellicht een heel ander karakter krijgen. Tot slot werd er een officieel verslag van ons constructieve onderhoud aan mijn dossier toegevoegd.

Bovenstaande maakt voor een deel duidelijk waarom professionals niet in actie komen. Collectieve actie is ingewikkeld vanwege grote verdeeldheid / versnipperdheid onder zorgprofessionals. Met verdeeldheid doel ik niet zozeer op inhoudelijke zaken, maar vooral op de manier waarop zorgprofessionals georganiseerd zijn. Individuele actie hetzij via officiele kanalen (zie laatste alinea), hetzij via bijvoorbeeld een blog wordt op andere wijze de kop ingedrukt.

Ik ben kort na het gesprek met HR en mijn baas gestopt met het bloggen op HWC. Niet vanwege het gesprek, maar vanwege het verleggen van mijn focus in deze. Tegelijkertijd denk ik dat ik niet heel veel langer doorgeblogd zou hebben. Het zou uiteindelijk ten koste gaan van mijn werkplezier, mijn carriereperspectief (voor zover daar nog iets van over is) en het allerbelangrijkst, mijn ‘het-mezelf-prettig-voelen’ en mijn gezondheid. Een burn-out heb je zo maar en zie er dan maar weer eens van af te komen.

Dus ik ben nu vooral bezig om te kijken hoe mijn idealen binnen mijn werk op een andere manier te verwezenlijken, zonder cynisch of verbitterd te raken en met behoud van mijn passie in plezier in mijn beroep. Dat valt niet altijd mee binnen de rationele ziekenhuisomgeving waarin ik werk, dus ik richt mijn blik nu ook naar buiten waar gelukkig steeds meer tegengeluiden en mooie nieuwe initiatieven plaatsvinden.

Tot besluit nog even een opmerking over ‘actie via de officiele kanalen’. Natuurlijk ben ik niet alle vuile was en mijn ideeën daarover direct op HWC blog gaan ventileren. Alle onderwerpen en incidenten waarover ik schreef heb ik intern via officiele kanalen keer op keer aan de orde gesteld via PRI’s , via VIM’men, via werkgroepen, via participatie in Verpleegkundige Adviesraden. Alles zonder enig concreet effect in de praktijk. Ziekenhuizen beschikken over topzware beleids en klachtencommissies die verzuipen in een log overlegmoeras, die dat zelf ook heel goed weten, maar die weinig belang hebben bij daadwerkelijke verandering. Die verandering zal uiteindelijk vanaf de werkvloer en direct vanuit de patiënten moeten komen.  Hoe lang het nog gaat duren weet ik niet, maar dat ie gaat komen weet ik zeker.

Lex Vink

 

 

 

 

Back To Basics #2

what-makes-something-kafkaesque-noah-tavlin-youtube-thumbnail-1024x576

De vorige blogpost, eindigde met de vraag: “Zorg, hoe simpel kan het zijn?” Dat is een gans en geheel ander uitgangspunt dan dat van de bewoners van de Ivoren Torens van het Zorggebouw. Zij hanteren het adagium: “Zorg, hoe maken we het zo ingewikkeld mogelijk?  De gevolgen hiervan zijn rampzalig voor hen die het meest met die zorg te maken hebben: patiënten en zorgprofessionals in het primaire proces. Maar goed, hier is inmiddels bijna alles wel over gezegd en geschreven, ook op dit blog. Voor mij is het in ieder geval glashelder dat het radicaal anders moet en wat mij betreft is dit ‘anders’, het weer teruggaan naar de basis van zorgverlening. En aan die basis vinden we, naast een gedegen vakkennis, vooral het menselijk contact, waarin betrokkenheid, respect, compassie, empathie centraal staan, maar ook gelijkwaardigheid, samenwerking, wederkerigheid en, misschien wel de allerbelangrijkste: echtheid.

Waarom is echtheid het allerbelangrijkst?  Dat is vrij eenvoudig uit te leggen: echtheid is niet aan te leren, het is geen kunstje en het is niet te veinzen. In ieder menselijk contact voel je of het echt is of niet, zowel het contact dat je vanuit jezelf maakt als het contact dat de ander met je maakt. Ik realiseer me dat dit enorm ‘geitenwollensokken-achtig’ klinkt, maar ga maar eens echt letten op de ‘echtheid’ van de contacten die je dagelijks maakt en je weet wat ik bedoel.

Er is al veel geschreven over  en onderzoek gedaan naar de rol van de kwaliteit van het contact tussen patiënt en hulpverlener en vv . Vaak komt hieruit naar voren dat de kwaliteit van het contact een hele grote factor is bij de effectiviteit van de behandeling. Zo is eens bij psychotherapeutische interventies vastgesteld dat een therapeut die oprecht in zijn patiënt geïnteresseerd is en die dit ook uitstraalt in het technische deel van de behandeling steken kan laten vallen zonder dat dat veel effect heeft op het succes van de interventie. Andersom boekt de therapeut die de interventie technisch perfect en geheel volgens het boekje uitvoert, maar in het contact niet de klik weet te leggen, minder succes. Dit geeft te denken, toch???

Mijn eigen ervaring is dat patiënten vooral geïnteresseerd zijn en ook baat hebben bij een ‘echte’, menselijke hulpverlener die in staat is om door protocollen en richtlijnen heen te handelen op het moment dat de situatie daarom vraagt. Ik probeer dat in mijn werk zoveel mogelijk te doen, maar dat brengt me steeds vaker in een ongemakkelijke spagaat, waarbij ik formeel de regels overtreed. Het maakt me kwetsbaar in de zin dat het ten koste kan gaan van een veilig werkklimaat voor mij en mijn collega’s en in extremis ook ten koste van mijn baan. In mijn redelijk lange carrière heb ik regelmatig op het bekende matje gestaan, ben ik zelfs meerdere keren van baan gewisseld uit zelfbescherming en heb ik ook regelmatig collega’s volkomen onterecht gesloopt zien worden omdat zij kozen voor het hulpverlenerschap vanuit de basis van dat hulpverlenerschap in plaats van het hulpverlenerschap zoals de organisatie dat voorschrijft.

Wat dit laatste betreft zie ik ook bij de beroepsverenigingen helaas een trend die steeds meer in de richting van een ‘politiek correct’ hulpverlenerschap gaat. Op papier is het beroepscode voor en beroepscode na, in de praktijk lijkt het er de beroepsverenigingen vooral om een plekje aan de tafel bij het zorg establishment te gaan.

Ik heb het in dit blog al eerder gezegd en ik herhaal het nog een keer: als ik strikt volgens mijn beroepscode in de praktijk zorg ga verlenen, sta ik (bij welke reguliere instelling / organisatie dan ook) binnen 24 uur werkeloos op straat en is er niemand die mij zal beschermen. Dat is een trieste constatering. Mijn werk bestaat(allang) niet (meer) uit het bieden van de allerbeste (verpleegkundige) zorg aan patiënten, maar  uit het manoeuvreren in een mijnenveld van volstrekte tegenstrijdigheden en abnormaliteiten, waarbij ik menselijkheid in het contact met de patiënt zoveel mogelijk probeer te bewaren, professionele zorg probeer te bieden die zoveel mogelijk aansluit bij de beleving en voorkeuren van de patiënt en het zoveel mogelijk vermijden van aanvaringen met de bestuurders van het Ivoren Toren vehikel.

Wat mij in mijn beroepsgroep opvalt is dat er nog nauwelijks collega’s zijn die echt hun nek uit (durven) steken door stelling te nemen VOOR het vak verpleegkunde en de uitgangspunten daarbij. Dat is jammer, want verpleegkundigen en verzorgenden zijn een behoorlijk grote groep binnen de zorg. Van de beroepsverenigingen moeten we het helaas niet hebben. Net zoals PatiëntenfederatieNL (voorheen NCPF) vooral zichzelf (en VWS) vertegenwoordigd, geldt dit ook voor de ‘gevestigde’ beroepsclubs in verpleeg en zorgland. Het zijn witte boorden bolwerken bevolkt door beroepsbureaucraten die de aansluiting met de basis van zorg en beroep volkomen kwijt zijn.

Het verpleeg – zorgkundig rolmodel 2016 is volgens de beroepsverenigingen een zielloze zorgrobot die in een gemiddelde, voorspelbare omgeving prima kan functioneren. De dagelijkse zorgpraktijk is echter verre van gemiddeld en weinig voorspelbaar en vraagt niet om zorgrobots maar om verpleegkundigen en verzorgenden van vlees en bloed: mensen die met een degelijke theoretische bagage en goed ontwikkelde praktische vaardigheden in staat zijn om op basis van wat de beroepscode hen voorschrijft samen met de patiënt de op dat moment  passende zorg te bieden. Dit vereist  naast de genoemde bagage en skills,  intuïtie (vies woord), autonomie (vies woord) en leiderschap (vaak verkeerd gebruikt modewoord).  Het vereist ook het lef om de nek uit te steken en om de barricades op te zoeken.

Er valt nog veel werk te verrichten……

LV