Het Sneeuwbaleffect

th4w4kqig6

Gisteren ‘gastblogde’ (met dank aan Gonda Hervaud!) ik hier op Handle With Care over “De ROM en andere zorgellende”. Als profesional / ervaringsdeskundige die deel uitmaakt van de initiatiefgroep ‘Stop ROM als benchmark’, zit ik dicht bij het vuur, daar waar het dit onderwerp betreft. Over dit ‘dicht bij het vuur zitten’ en wat dat tot nu toe voor mij betekent, wil ik het in deze blogpost hebben.

Trouwe lezers van Handle With Care weten dat ik geen groot fan ben van de wijze waarop de zorgwereld zich het laatste decennium ontwikkeld heeft. De marktwerking heeft voor een enorme bureaucratisering en verontmenselijking van de zorg gezorgd. De zorg is waarschijnlijk de enige bedrijfstak in Nederland waar het aantal managers en pennenlikkers groter is dan het aantal werkers in het primaire proces. (Het mag wat kosten, niet???) In tegenstelling tot wat de marktpartijen (inclusief de zorginstellingen) roepen draait het allang niet meer om de patiënt. Natuurlijk is de zorg technisch op een hoog niveau: we kunnen veel en de standaard is hoog op dat gebied. Dat is een groot goed en is natuurlijk belangrijk. Minstens zo belangrijk vind ik een zorg die geworteld is in menselijke normen en waarden en een zorg die voor iedereen laagdrempelig toegankelijk is. Je kunt technisch nog zo goed zijn, maar als het hart uit je zorg is, je stelselmatig mensen uitsluit en je professionals dwingt om hun beroepscode te verloochenen, dan schiet je zorg mijns inziens tekort en kun je op moreel ethisch gebied waarschijnlijk nog wat leren van pak ‘m beet, een gordeldier met een gemiddeld IQ.

Een ander kritiekpunt dat ik op de zorg in ons land heb, is dat de regie niet is bij de mensen waar die hoort te zijn: de patiënten en de professionals. Ik kan hier een hele verhandeling over schrijven, maar ik denk dat eenieder die dit leest weet wat ik bedoel. Mocht dat niet het geval zijn, lees dan maar eens een aantal van mijn blogs hier op Handle With Care.

Terug naar het ‘dicht bij het vuur’ zitten en wat dit voor mij betekent: de laatste weken hebben me laten zien dat de zorgorganisatie nog professional en patiëntonvriendelijker is dan ik al dacht. Het is een haast onontwarbare kluwen van clubjes en verenigingen die allemaal voor hun eigen belang gaan, ook al zeggen ze dat ze er zijn voor professionals en / of patiënten. In dit eigen belang gaat het, zoals zo vaak in dit soort situaties vooral om geld, macht en ego’s. Een wetmatigheid die ik ontdekt heb is dat hoe harder een club brult dat ze  staan voor transparante zorg waarin de patiënt centraal staat, hoe meer je als professional en / of patiënt op je hoede moet zijn. Op bijna alle niveaus bestaat de zorgorganisatie in ons land uit koninkrijkjes, niet zelden geleid door een onverlicht despoot. De achterdocht en soms zelfs kwaadaardigheid naar elkaar, maar ook naar de patiënten en professionals is van een orde waarvan ik dacht dat die  alleen maar voorkwam in bananenrepublieken. Ik was al  geen lid van de club van de roze bril, maar de dingen die ik de laatste weken hoor en lees, gaan zelfs mijn zwartse begrip te boven. Professionals en patiënten zijn niet heel veel meer dan smeerolie in de raderen van een megalomane geld en machtmachine.

Nou, nou, nu overdrijf je wel weer een beetje, Vink, hoor ik een aantal lezers al denken. We leven toch in een democratisch land en niet in, om eens een zijstraat te noemen, Noord Korea. Dat we niet in Kim Yong Un’s speeltuin wonen klopt inderdaad, maar ik denk dat zelfs deze narcistische sociopaat nog het een en ander zou kunnen leren in Nederland Zorgland. Uit onbetrouwbare bron heb ik me laten vertellen dat zelfs Donald Trump overweegt om stages te lopen bij Zorgverziekeraars Nederland, ‘ons’ ministerie van Volksverlakkerij Welrijn en Spot en een aantal beroepsverenigingen dan wel patiënt vertegenwoordiging clubs. “Let’s look ‘m in the pussy”, schijnt hij gezegd te hebben.

Toch ben ik deze laatste weken een wat positiever mens geworden. Want ‘zo dicht bij het vuur’ kom ik ook in aanraking met de warmte van een behoorlijk grote, en snel groeiende,groep van bezielde mensen; professionals en patiënten die hun beroepseer en / of principes weigeren te verkwanselen en die zijn begonnen om een kleine sneeuwbal van die hele hoge Zorgellendeberg af te rollen. Een sneeuwbal die steeds groter wordt, die ook steeds harder gaat rollen en die op ramkoers ligt met de onneembaar geachte Ivoren Toren in het dal. En door het gebulder en gebonk van die steeds groter wordende sneeuwbal, vertoont het gewapende beton van die Ivoren Toren zowaar al kleine scheurtjes. En zo komt het dat ik voor het eerst in jaren weer eens een gevoel van hoop heb. Hoop dat  het mogelijk is om die Ivoren Toren met de grond gelijk te maken en de zorg weer te maken tot wat ze zou moeten zijn: een plek waar patiënten centraal staan, waar professionals samen met die patiënten de regie voeren en waar respect, wederkerigheid, compassie en voor elkaar zorgen geen vieze woorden zijn.

“Stop ROM als benchmark” is naar ik hoop de eerste sneeuwbal die frontaal met het ‘vrije” marktgedrocht botst en de eerste bres in de muur slaat.. Met die ene bres  zijn we er natuurlijk nog lang niet, maar het laat zien dat de Ivoren Toren niet onkwetsbaar  is.

Alles over het initiatief “Stop ROM als benchmark” vindt u op de site stoprom.com. U kunt daar ook de petitie tekenen.

Lex Vink

De ROM en andere zorgellende

header-stop-rom

Sinds enkele weken klinkt er een nieuw geluid in de GGz. Het geluid was het eerst hoorbaar in het hoge Noorden van ons land. Voor de verandering ging het nu eens niet om het geluid van een aardbeving, maar om het geROMmel van een vasthoudende psychiater. Zijn geluidsgolven werden her en der in den lande gehoord en zowaar, iets dat zelden gebeurt, gebeurde, het geluid werd overgenomen en verder uitgedragen door een steeds groter wordende groep (G)Gz professionals en patiënten. Intussen is het door deze groep geproduceerde aantal decibellen dusdanig groot dat je ofwel doof moet zijn, ofwel met je kop in het zand moet zitten om het niet te horen. Hoewel er ook nog een behoorlijke groep lieden is die een dusdanig groot bord voor het hoofd heeft,  dat het geluid daarop afketst.

Het geluid is gericht tegen het gebruik van de huidige wijze van Routine Outcome Monitoring als benchmark  in de GGz. Dus niet tegen het gebruik van Routine Outcome Monitoring ‘an sich’, maar tegen de manier waarop dit nu georganiseerd is:

  • Niet gericht op het vergroten van de kwaliteit van GGz maar als benchmark
  • Niet wetenschappelijk
  • Zonder toestemming van / informed consent door patiënten.

Dus nog even voor de goede orde, de ‘herrieschoppers’, verenigd in het initiatief ‘Stop ROM als benchmark’ (stoprom.com) zijn helemaal niet tegen de ROM. Sterker nog:

  • We zijn voor het meten van de kwaliteit van de door de GGz geboden behandeling en zorg.
  • We zijn voor het gebruik van ROM in de behandeling.

Mits:

  • Dit wetenschappelijk verantwoord is,
  • dit uitgevoerd wordt door de betrokken professionals en patiënten,
  • dit in overeenstemming is met de regels van de medische ethiek (waarbij het goed in/voorlichten van en het expliciet vragen van toestemming aan patiënten met stip op nummer een staat) en
  • dit in alle openheid gebeurt. En met openheid wordt bedoeld dat de verzamelde geanonimiseerde (en dus ook echt anonieme) data voor alle betrokken partijen  toegankelijk zijn.

Tot zover het technische deel van dit verhaal. Een deel dat onnoemlijk meer ‘ins and outs’ heeft dan ik hier kan opschrijven. Bent u daarin geïnteresseerd, verwijs ik u naar de site stoprom.com

Dan is het nu tijd voor de persoonlijke noot. Ik ben verpleegkundige en ik loop als sinds de invoering van de ROM op ‘mijn’ afdeling te hoop tegen dit zorgverzekeraarsgedrocht. Niet alleen vanwege die zorgverzekeraars. Je kunt het een vampier nu eenmaal moeilijk kwalijk nemen dat hij dol is op bloed, toch? Nee, ik maak me vooral kwaad omdat 1) de ROM terreur gewoon geslikt wordt door de meeste van mijn collega professionals en hun vertegenwoordigende clubs, 2) de ROM belastend, en regelmatig zelfs ronduit schadelijk is voor patiënten die hem moeten invullen en 3) omdat de ROM inbreuk doet op mijn integriteit als professional.

Laat ik bij 1) beginnen: Ondanks veel gemopper en gemor is de ROM op ‘mijn’ afdeling ingevoerd. Als ik aan de hardst mopperende en morrende mensen (professionals en managers) vraag waarom ze meewerken aan iets dat ze niet zien zitten, dan is het standaardantwoord: ‘omdat het moet van de verzekeraar.’ Blijkbaar hebben ze dus geaccepteerd dat in de zorg niet de patiënt, maar de verzekeraar centraal staat. Ik vind dit op zijn minst een onprofessionele houding, de andere woorden waarmee ik deze houding wil typeren, houd ik maar voor me, omdat ik niet kan garanderen dat dit stuk niet gelezen wordt door personen onder de 18 jaar.

Verder met 2). Ik heb mensen horen beweren dat de ROM niet belastend is voor patiënten. Dit zijn mensen die zelf nooit patiënt zijn geweest en die zich ook totaal niet in kunnen of willen voelen hoe het is om pak m beet een depressie of psychose te hebben. Ik heb dit thema al eens eerder aan de orde gesteld in een blog op Handle With Care ‘GeROMmel met de ROM’  Ik ben overigens niet alleen verpleegkundige, maar ook ervaringsdeskundige. Ik kan u vertellen dat vanuit die positie de ROM me alleen maar nog kwetsbaarder maakt dan ik me op momenten dat ik zover ben dat ik om professionele hulp kan vragen al voel. De ROM maakt dat ik me een voorwerp voel, een non persoon, een statistiek in een hulpverleningsindustrie. Juist op het moment dat ik als mens gehoord en erkend wil worden. Het schendt ook mijn vertrouwen in de hulpverlener die me de ROM onder de neus schuift, omdat dat moet van de verzekeraar. Sterker nog, de hulpverlener die mij een ROM onder de neus schuift, zonder verdere uitleg dan “het moet van de verzekeraar”, die heeft voor mij direct afgedaan, als mens en als hulpverlener.

Kom ik tot slot bij 3): Als verpleegkundige heb ik een beroepscode en heb ik een eed afgelegd. Nu word ik als verpleegkundige niet zo erg onder ROMdruk gezet als de behandelaren op ‘mijn’ afdeling, maar ik word wel geacht om patiënten bij opname en ontslag te stimuleren om de ROM in te vullen. Er is mij noch door mijn manager, nog door de artsen waarmee ik samenwerk ooit vertelt waartoe de ROM dient, waar de ROM data naar toe gaan, wie er toegang toe heeft en wat er mee gebeurt. Dat heb ik allemaal zelf uitgezocht. De enige uitleg die we als verpleegkundigen over de invoering van de ROM kregen was: “het moet van de verzekeraar” en “als we niet voldoende ROMmen, dan krijgen we een boete”. Er is dus ook nooit aangegeven dat patiënten niet hoeven mee te werken aan de ROM. En aan de enkele patiënt die wel vraagt waarom hij moet ROMmen, wordt het zelfde standaard antwoord gegeven als aan de medewerkers: “het moet van de verzekeraar.” En dat terwijl ik werk in een organisatie die de mond vol heeft over transparantie en patiënten die centraal staan. Terugkomend op mijn beroepscode en afgelegde eed, vind ik dat die geen waarde hebben als ik zondermeer mee zou werken aan de ROM constructie zoals die nu is. Deze constructie zet het ‘goed hulpverlenerschap’ onder druk, het doet inbreuk op de vertrouwensrelatie die ik als professional met een patiënt heb, het is een uiting van disrespect en ongelijkwaardigheid.

Tot slot nog even het focus op de clubs die zeggen dat ze zorgprofessionals en patiënten vertegenwoordigen. Dat de meeste van jullie je in slaap hebben laten sussen door de mooie verhalen van VWS en verzekeraars daar waar het de zegeningen van de marktwerking betreft, soit. Het zou niet mogen gebeuren, maar het kan. De ROM kwestie is helaas slechts een uitwas van de marktellende die de laatste jaren over ons is uitgestort. Volgens mij is er geen beroeps of patiëntenclub meer die nog niet wakker is. Wakker zijn is echter een, laten zien waar je voor staat is een heel ander verhaal. Mijn oproep: laat nu eindelijk eens zien voor wie en waar jullie voor staan, doe eens democratisch, vraag het je leden wat ze echt willen en kom eindelijk eens in actie. Misschien is het nog (net) niet te laat.

Lex Vink