Met de billen bloot: geROMmel met de ROM

imagesHX5D1D2O

“Onder het motto “meten is weten” werd ROM in 2001 voor het eerst breed ingevoerd in de GGz bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Rivierduinen. Sindsdien is ROM in de GGZ aan een gestage opmars begonnen, gestimuleerd door ROM projecten bij veel voorkomende psychische aandoeningen, in de verslavingszorg en bij ernstige psychiatrische aandoeningen.” Lees HIER verder. In de praktijk is de ROM, op zijn zachtst gezegd, omstreden en is er nog steeds veel discussie over het nut en de waarde ervan in de huidige opzet.

De ROM is geleidelijk ingevoerd in die zin dat het karakter in de jaren sinds 2001 steeds dwingender werd en er inmiddels gesproken kan worden van een keurslijf. Afdelingen worden afgerekend op het aantall ROMmen dat ze aanleveren. ROM je niet voldoende, dan heeft dat consequenties voor je ‘omzet’ en de ‘afspraken’ die met de verzekeraars gemaakt (kunnen)  worden. U ziet dat ik het woord afspraken tussen ‘……..’  zet, want in de praktijk gaat het hier ook steeds meer over dictaten, maar dat is weer een andere discussie.

De geleidelijke invoer van de ROM betekende in de praktijk dat er aanvankelijk wel ruimte was om in bepaalde situaties niet te ROMmen. In deze situaties ging het meestal om patiënten die gezien hun toestand niet in staat waren om de 90 vragen tellende ROM in te vullen, of bij wie we de inschatting maakten dat het invullen van een ROM negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor hun welbevinden. Helaas werd deze ruimte steeds meer ingeperkt en inmiddels zitten we in de situatie dat de ROM door de organisatie waarin we werken, belangrijker gevonden wordt dan het welbevinden van de patiënt. Immers, iedere niet ingevulde ROM heeft (financiële) consequenties. De belangrijkste vraag die een manager bij opname van een patiënt  stelt is niet of de ontvangst gastvrij en volgens de regels der kunst plaats heeft gevonden, maar of er al geROMd is……..!!!!!!!

De verantwoordelijkheid voor het ROMmen is in de periode sinds 2001 ook geleidelijk aan verschoven. Inmiddels zijn we zover dat er van de verpleegkundige die de klinische opname doet verlangd wordt dat deze ook zorgt dat de ROM gedaan wordt. Voor mij betekent dit dat dit nog wel eens in botsing komt met wat ik onder ‘goede zorg’ versta, sterker nog, regelmatig vind ik een ROM in een opnamesituatie gecontra-indiceerd en kan het de patiënt volgens mij  schade toebrengen. Ik zal proberen dit toe te lichten.

Ik werk als pleeg op de MPU van een algemeen ziekenhuis. Dit is dus geen GGz. Wij bieden als MPU ook geen GGz maar ziekenhuispsychiatrie. Dit laatste houdt in dat er bij onze patiënten altijd sprake is van somatische comorbiditeit die opname in een ziekenhuis nodig maakt. Soms gaat het om mensen met bestaande psychiatrische problematiek die (tijdelijk) meer intensieve somatische zorg nodig hebben, soms gaat het om somatische problematiek die psychische ontregeling tot gevolg heeft. Even terug naar de ROM: het gegeven dat ziekenhuispsychiatrie toch een wat andere tak van sport is, maakt voor de ROM niet uit, wij hebben te maken met de GGz benadering van de ROM, ook al slaat deze de plank regelmatig volkomen mis en zeggen de uitkomsten niets over de effectiviteit van de zorg. Zo kunnen wij bijvoorbeeld iemand met bestaande psychische problematiek opnemen, niet primair vanwege de psychische problematiek, maar omdat er bijvoorbeeld sprake is van ontregelde diabetes. Gedurende de opname verandert er niets in de psychische problematiek, maar bij ontslag is de diabetes onder controle. Opnamedoel behaald, maar volgens de ROM is de patiënt geen bal opgeschoten en is de geboden zorg niet effectief geweest. Nog een voobeeld: een patiënt met een eetstoornis heeft een gevaarlijk kaliumtekort en moet onder monitoring gesuppleerd worden. Na enkele dagen is het kaliumtekort opgeheven, is de levensbedreigende somatische situatie niet meer aanwezig, maar is de eetstoornis nog onverminderd ernstig. Uit de ROM zal blijken dat de opname geen effect heeft gehad, want er staat nergens een vraag over het doel van de opname. En zo kan ik nog wel even doorgaan met dit soort kROMmiteiten. Situaties die iedereen even kROM vindt, maar waar iedereen gewoon braaf meedoet met het ROMmen, want anders kost het ons geld, ook al behalen we onze doelstellingen t.a.v. behandeling en zorg. Ik ben inmiddels aan bovenstaande kROMmiteiten gewend en maak me er niet meer heel druk over. Als de patiënt in mijn ogen in staat is om te ROMmen, dan schuif ik hem gewoon een ROM onder de neus of de uitkomst nu iets zegt over effectiviteit van zorg of niet.

Waar ik echter niet aan gewend ben en waar ik ook niet aan meewerk is aan het ROMmen van patiënten bij wie het ROMmen in mijn verpleegkundige inschatting van dat moment schadelijk kan zijn. Dit is de categorie patiënten bij wie ik ben overgegaan tot het plegen van zorgfraude. Ik geef u een aantal (samengestelde) voorbeelden:

Patiënt A is 83 jaar en wordt in totaal verwarde toestand op de SEH gepresenteerd. Door  haar angst en onrust die psychotisch aandoet kan ze niet op een ‘gewone’ verpleegafdeling geplaatst worden en komt ze op de MPU. Dat betekent dat deze mevrouw ook moet ROMmen, hoewel  ze daar totaal niet toe in staat is. Formeel  moet de ROM dan door de verpleegkundige samen met patiënte ingevuld worden, want er moet geROMd worden. Dit zou dus betekenen dat ik samen met een totaal verwarde, angstige vrouw van wie zowel arts als ik voor 90% zeker zijn dat er sprake is van een delier, 90 totaal nergens op slaande vragen moet gaan beantwoorden. Vragen die alleen maar kunnen bijdragen aan toename van de  verwardheid en die de aandacht afleiden van de zorg die op dat moment nodig is.

De werkdiagnose ‘delier’ wordt al snel bevestigd: urineretentie en urineweginfectie. We zetten het delierprotocol in, patiënte wordt gecatheteriseerd en krijgt antibiotica. Binnen 24 uur is ze niet meer delirant en is de MPU indicatie vervallen. Er is totaal geen sprake van welke psychiatrische problematiek dan ook.

Patient B is 45 jaar. Hij is op de SEH opgenomen na een tentamen suïcide met orale antidiabetica en paracetamol. Patiënt heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. Aanleiding voor de TS is een reeks van tegenslagen op het persoonlijke en zakelijke vlak. Het was een impulsieve actie. Omdat patiënt nog instabiele bloedsuikers heeft en aan een infuus met fluimicil ligt, wordt hij opgenomen op de MPU. Doelen: stabilisatie bloedsuikers en beperken leverschade. Bij opname MPU is de patiënt nog enorm emotioneel, hij schaamt zich enorm voor zijn TS en is nog volop aan het verwerken wat er is gebeurd en hoe hij zover is gekomen. Hij wordt begeleidt door zijn al even aangeslagen vrouw en puberdochters. In deze toestand van ontreddering en verdriet wordt er van hem verlangd dat hij 90 vragen over zijn psychische toestand in gaat vullen.

Als verpleegkundige is het mijn prioriteit dat deze meneer de gelegenheid en rust krijgt om de eerste verbijstering te laten zakken, dat de somatische parameters goed gemonitord worden en dat zijn vrouw en kinderen netjes en menselijk opgevangen worden.

Patient C is 57 jaar, heeft een ‘terminaal’ pancreaskopcarcinoom,  lijdt hevige pijnen en heeft zich suïcidaal uitgelaten. Opname op de MPU heeft te maken met de suicidaliteit icm de slechte lichamelijke conditie.  Van patiënt wordt verlangd dat ze bij opname een ROM van 90 vragen in gaat vullen. 90 vragen die alleen maar gaan over psychische problemen en die nergens gaan over de impact van een ‘terminale’ diagnose en datgene dat ondraaglijke pijn met de psyche doet.

Als verpleegkundige is het mijn prioriteit om samen met het multidisciplinaire team te kijken of en hoe we de laatste periode van het leven van deze patiënt iets van draaglijkheid en waarde kunnen geven, waarbij we wat mij betreft de depressieve gevoelens en suicidaliteit niet labelen als een DSM As I stoornis, maar als een menselijke reactie op een traumatische levenservaring en ondraaglijke pijnen.

Patient D is 62 jaar en heeft net een excacerbatie COPD achter de kiezen, kreeg daarvoor een prednisonkuur en is daardoor vrij acuut depressief geworden. Ondertussen is de benauwdheid nog steeds fors en heeft patiënt nog O2 nodig. Patiënt arriveert fors benauwd op de afdeling en wil in eerste instantie vooral verlichting. Voelt zich angstig en is inderdaad somber. Ziet het even niet meer zitten als het op deze manier doet. Uiteraard moeten er zo snel mogelijk 90 ROM vragen over psychische gezondheid ingevuld worden. Vragen die zijn opgesteld vanuit een beperkt GGz perspectief.

Als verpleegkundige zie ik een uitgeputte patiënt die alleen maar aan lucht kan en wil denken, voor wie het nemen van een slokje water of het even uit bed gaan voor de postoel al lijdt tot toename van de benauwdheid en angst. Kortom, iemand die zijn handen vol heeft aan ‘overleven’.

Patient E is 59 jaar heeft een inoperabele hersentumor en wordt behandeld met o.a. dexamethason. Is waarschijnlijk daardoor manisch ontregeld. De dexamethason gaat dus gestopt worden en patient gaat voorbereid worden op bestraling. Patiënt komt manisch en enorm verdrietig op de afdeling. Ze wordt vergezeld  door haar man en haar zoon. Het gaat niet meer thuis. Maar dat is bijzaak, want eerst moet er natuurlijk geROMd worden……

Ik zie 3 intens verdrietige en angstige mensen. Patiënt zelf ziet ondanks haar manie in dat het thuis niet te doen is. Partner en zoon zijn uitgeput maar voelen zich ondanks het feit dat ze alle zeilen hebben bijgezet schuldig over het feit dat ze het niet meer trekken. Gedrieen zijn ze angstig voor wat komen gaat: betekent dit dat de hersentumor nu echt ‘gewonnen’ heeft of is er toch nog hoop in die zin dat de groei nog een tijdje geremd kan worden en mw. nog een periode thuis kan zijn???

Enzovoorts, enzovoorts………

De moraal van dit verhaal is dat we in de praktijk van alledag opgescheept zitten met een systeem dat voor een deel van onze patiënten te belastend / confronterend /schadelijk is. Als er van deze patiënten geen ROMmen aangeleverd worden, dan heeft dat directe gevolgen voor de financiering van de afdeling en de afspraken die er met de verzekeraars gemaakt (kunnen) worden. Als verpleegkundige is het in dit soort situaties mijn inschatting dat het ROMmen zelfs schadelijk (want te belastend) voor de patiënt kan zijn. Desondanks wordt er vanuit de organisatie verlangd dat er een ROM is. Ik (en met mij een aantal collega’s) gaan hier inmiddels op een creatieve manier mee om. Een manier die voor de patiënt geen extra belasting oplevert en die ook de organisatie tevreden houdt. Je kunt deze manier wegzetten onder het kopje professionele, humane zorg passend bij de specifieke individuele situatie van de patiënt of onder het kopje zorgfraude.  De invulling van de manier laat ik aan uw verbeelding over, maar volgens mij is er niet heel veel verbeelding voor nodig……..

LV

Advertisements

Author: hwc2016

Blog over Zorgen met Zorg - veilig - met verstand -met (com)passie - humaan - kritisch - constructief

1 thought on “Met de billen bloot: geROMmel met de ROM”

  1. Dat ROM gedoe is zo’n onzin. Ik ben patiënt en moest er ook eentje invullen. Na een tijdje belt mijn behandelaar, als de ROM niet ingevuld wordt krijgt de organisatie geen betaling. Of we dat niet nu even telefonisch kunnen doen. Ben de beroerdste niet dus we starten. Een ellenlange lijst waar mijn interesse en aandacht na de eerste pagina al kwijt is. Dus ik zeg op goed geluk ja/nee/weet ik niet en na een half uur is het eindelijk klaar. Volkomen zinloze exercitie maar de administratie is weer op orde. En ik me maar afvragen wie hier nu iets aan heeft.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s