Hoe hou je een taboe in stand?

cloudtag

Na een jarenlang slepende zaak betreffende medische fouten, die ik vooreerst alleen had uitgewerkt, kwam ik door de stoïcijnse houding van, in dit geval een ziekenhuis en haar bestuur en de IGZ die niet wist hoe door te pakken, op een punt dat ik juridische hulp nodig had.

Al snel kwam ik tot het besef dat je ook in deze “wereld” de juiste moet treffen, en dat is nog niet zo eenvoudig.

Gelukkig heb ik in deze moeilijke fase Fabian Krougman van Krougman Chambers mogen ontmoeten.

Fabian Krougman heeft eerst de tijd genomen om te luisteren, heeft zich vervolgens uitermate goed ingelezen en heeft de zaak toen op zich genomen. De zaak was groot door o.a. alle achtergronden en bewijsvoering (ik heb het dan over duizenden pagina’s medische dossierstukken, verpleegkundigen rapportages en medische rapporten).

Fabian Krougman is uitermate vakkundig: Buiten zijn juridische kennis en kunde, oftewel vakmanschap, kwam ik er al snel achter dat hij eveneens enorm veel medische kennis had. Zulke mensen vind je niet snel. Opvallend was ook de enorm goede samenwerking, tijdige terugkoppelingen en de goede communicatie. Eindresultaat: een verzoekschrift van hoge klasse.

Ook tijdens de zitting was Fabian Krougman uitermate bekwaam en gedreven: een vakman zoals je ze niet snel treft. Zelden heb ik iemand ontmoet die zo staat voor zijn cliënt en voor zijn vak. De compassie die Fabian daarbij als extra kwaliteit heeft -buiten zijn vakkennis- is niet in woorden uit te drukken, dat moet je meemaken.

Eindresultaat: volg  LINK

Uiteindelijk heb je dan als nabestaande eindelijk een stuk gerechtigheid, dat ook nog eens bijdraagt aan de broodnodige patiëntveiligheid. Eindelijk denk je dan even te kunnen “ademhalen” en een knipoog aan mijn man en vele patiënten en zorgverleners te geven die lange tijd hebben meegeleefd en onze strijd hebben weten te volgen, waarvoor nog mijn dank.

Ademhalen en rouwen: gerechtigheid op een juiste en nette wijze zonder namen van artsen en verpleegkundigen te noemen; mijns inziens is dat niet nodig en niet juist (zie o.a. mijn artikel uit het vaktijdschrift Oncologica, het boek: “Een kop geeft geëtter” en de blogposts op Handle With Care.

Door de schuld af te schuiven op individuen, bestrijd je namelijk alleen maar een symptoom, maar laat je de ziekte voortwoekeren. Mijn zienswijze heb ik proberen te verduidelijken in mijn blogpost: “De overeenkomst tussen Pontius Pilatus en veel zorgbestuurders.” (Wellicht ook een aanrader voor minister Schippers en consorten).

Het even ademhalen mocht echter niet lang duren, want de Stichting SIN plaatste op Twitter vrijwel onmiddellijk het volgende: “Heeft verpleegkundige en weduwe Gonda Hervaud een zwijgcontract getekend?” Deze onjuiste suggestieve en opruiende vraagstelling had SIN ook op haar site gezet met daar onder het artikel uit de krant. Tevens suggereerde SIN nog een aantal andere zaken die op zijn minst kwalijk te noemen waren. Zo heb ik bijvoorbeeld het boek (uit naam van mijn man) als mens/mantelzorger geschreven en niet als vermeende verpleegkundige.

Vervolgens heb ik SIN (via mijn jurist) een aantal malen netjes via e-mail verzocht de onjuistheden te rectificeren. Hier ging SIN uiteraard niet op in; sterker nog: ze gaf niet thuis. Daarom hebben wij SIN het proces verbaal (van de zitting van 6 juni, die openbaar was) toegezonden, zodat zij kon zien dat er in het geheel geen sprake is geweest van een zwijgcontract uiteraard. Daar had SIN geen boodschap aan en gaf niet thuis en liet alles ongegeneerd staan.

Hierna hebben wij maar (via een deurwaarder) een dagvaarding laten overhandigen met een datum voor een kort geding, alwaar de rechter is gevraagd of mijn verzoek tot correctie terecht zou zijn. Het was een interessante zitting, zo kan ik u vertellen. Tijdens deze zitting kwam de aap letterlijk uit de mouw.. Ongeacht de uitslag (waarbij wij moeten afwachten of de rechter meegaat in de juridische steekspelletjes van SIN of niet), zal ik de uitspraak (zodra deze er is) later openbaren, zodat u het allen kunt lezen. ** zie onder blogpost

Kwalijk ook is het feit dat SIN daarna een ware hetze is begonnen. Zo tracht zij geheel ten onrechte mijn jurist op haar site af te branden en betrekt zij tevens Monique Roosink (die als vriendin mee is gegaan naar de zitting) in het geheel. Dit kunt u zien op de site van SIN.

Stichting SIN zegt de volgende doelstelling te hebben: De stichting SIN-nl zet zich in voor de verbetering van de positie van slachtoffers van medische fouten en voor de verbetering van de kwaliteit van gezondheidszorg.

Een nobel streven en het zou mooi zijn wanneer dit ook zo zou zijn. Ik volg deze stichting al jaren (en meestal met verbazing over -de in mijn ogen vreemde inzet- waarbij ik mij afvraag waar dan de inzet tot verbetering van kwaliteit uit bestaat). Deze stichting haalt namelijk al jaren zorgverleners, rechters etc. letterlijk met naam en toenaam door het slijk. Ik heb nog nooit een eerlijk uitgewerkte zaak gezien van deze stichting en zie ik ook dat deze stichting letterlijk websites kopieert en vervolgens met een nieuwe tekst weer invult, iets dat volkomen illegaal is. Ik zal u een klein voorbeeld geven en dan mag u de verschillen zoeken. Hierbij de originele site en dan de illegale versie van SIN waarbij u vooral eens moet kijken bij : Send medical documents (wanneer je dat dus doet, komt alles bij de stichting SIN uit). Dit is maar een van de vele voorbeelden die ik u kan geven. Met het overige aantal beschikbare voorbeelden kan ik een boek vullen!!!

Wat ik dus bij de stichting SIN zie is dat een “vermeende” medische fout heeft geleid tot een persoonlijk misleidende kruistocht in de vorm van een stichting, waarbij men extra slachtoffers maakt, die verder geen of onvoldoende medische kennis heeft en die mensen/slachtoffers op het verkeerde been zet. Ik heb een goed artikel gevonden dat het eigenlijk ook redelijk verwoord en die ik graag met u deel: volg LINK

Wanneer je je als stichting pretendeert in te zetten voor verbetering van de positie van slachtoffers van medische fouten en voor de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg, dan had u gewoon blij moeten zijn dat het jaren durende gevecht wat mijn man in 2012 is begonnen, op juiste wijze is afgerond. Ook wil ik hierbij vermelden dat u er blijkbaar geen idee van wenst te hebben hoeveel daadwerkelijke verbetermaatregelen er inmiddels zijn genomen door mijn jarenlange strijd.

U schrijft op uw site: “Commentaar SIN-NL op artikel de Gelderlander 6 juni 2016″:

SIN-NL wijst de journalist erop dat Pierre Hervaud overleden is in 2013. Daar het thans 2016 is kan er geen vier jaar lang strijd zijn geleverd.”

Buiten het feit dat het hier inmiddels nergens meer over gaat, kan ik u melden dat u het (uiteraard) fout heeft; deze zaak is mijn man namelijk (samen met mij) in 2012 gestart.

U misbruikt uw eigen frustraties letterlijk. Hierbij gaat u over lijken en bent u zonder enig respect of compassie over de persoonlijke wens van mijn terminale man heengelopen. U mag zich schamen, en dan zeg ik het nog netjes.

Ik wens u verder veel succes met uw persoonlijke, maar misleidende kruistocht tegen o.a. zorgverleners onder de noemer van een stichting die beweerd zich in te zetten voor slachtoffers van medische fouten.

Ik zal verder ook niet meer openbaar in gaan op uw posts; ze zijn het niet waard. Ik verzoek u bij deze wel nogmaals vriendelijk de wens van mijn man te respecteren.

Wederzijds respect is noodzakelijk na medische fouten!

Gonda Hervaud

 

Beslissing rechtbank: Scan 7 jul. 2016 13.03

De Barricade Op!!!

Ik_ga_de_barricade_op

De democratie in ons land is de weg kwijt, en niet zo’n klein beetje ook: tegenwoordig stem je, als het goed is op basis van een partijprogramma, op een partij of vertegenwoordiger daarvan. Nadat je stem binnen is, vergeet deze vervolgens alles wat er in dat partijprogramma stond en gaat voortvarend aan de slag met het sluiten van bondjes met partijen, mensen of organisaties waar de kiezer zelf helemaal niks mee heeft. En zo kan het dus gebeuren dat alles waar je als burger voor staat en voor gestemd hebt verkwanseld wordt door een stelletje machtsbeluste charlatans, die vervolgens hoogst verbaasd zijn als blijkt dat het vertrouwen in politici en beleidsmakers tot onder het nulpunt gedaald is.

Ondertussen sta je als burger natuurlijk mooi in de kou. Je hebt zelf gekozen voor een partij of persoon, die jou dus mag vertegenwoordigen, zonder dat je hier verder nog iets aan kan doen. Zo is bijvoorbeeld in een decennium tijd de zorg volkomen verkwanseld door democratisch gekozen broddelaars die, daar waar ‘het volk’ gewoon een menselijke en toegankelijke zorg wil, een pact met de markt sloten. Zorg werd in korte tijd het domein van bestuurders, verzekeraars, politici en bureaucraten. Patiënten en professionals kregen de rol van figurant in deze slecht geregisseerde klucht,

 

Natuurlijk klonk (en klinkt) er gemor, maar dat is vergelijkbaar met het geschreeuw van een mier die de olifant vraagt om niet zo hard te stampen. Veel van dat gemor gebeurt in de vorm van ‘social media’ initiatieven en petities of manifesten. (en blogs 😉 Ik heb het aantal petities of manifesten waaraan ik mijn naam verbonden heb niet geteld, maar het aantal is allang niet meer op de vingers van mijn handen te tellen. Tot nu toe is nog geen een van al die ‘tekenblokken’ effectief geweest, sterker nog, het tempo waarin de zorg door de markt wordt afgebroken neemt alleen maar toe. En ik begin ondertussen meer en meer aan een ernstige vorm van petitiemoeheid te lijden.

Ook mijn geloof in al die roeptoeterende boegbeelden van beroepsverenigingen of belangenclubs neemt met de seconde af. Prachtige woorden, schitterende volzinnen: “Het is genoeg”, “De maat is vol”, “Het roer moet om”, “Zelf aan het roer”, enzovoorts, enzovoorts. Maar ondertussen gaan (bijna) al deze ‘roepers’ gewoon door met het voeren van de praktijk zoals de door hen zo verfoeide bureaucratie dat voorschrijft, bang als ze zijn voor de sancties die er voor uit de pas lopende zorgprofessionals beschikbaar zijn. De bewoners van de Ivoren Torens vinden het allemaal goed. Roepen en schreeuwen doet geen zeer en zolang het daarbij blijft is er voor hen geen vuiltje aan de lucht.

21 juni 2016 jl. was het niemand minder dan de voorzitter van de NVvP (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) Damiaan Denys die in de Volkskrant plechtig meedeelde dat het “het roer in de ggz dringend om moet”:

“Het roer moet dringend om in de ggz, stelt Damiaan Denys. ‘Ik vraag minister Schippers: maak een eind aan de bureaucratie.’

In de geestelijke gezondheidszorg worden steeds meer ‘lichtere’ patiënten behandeld, terwijl de ziekste en kwetsbaarste psychiatrische patiënten onvoldoende zorg krijgen of op straat komen te staan. Daarvoor waarschuwt Damiaan Denys, voorzitter van de ­Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NvVP). Volgens hem is de marktwerking een van de belangrijkste oorzaken hiervan. ‘Met de complexe patiënten kun je niet scoren’, zegt hij. ‘Dit systeem heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt. We moeten fundamenteel gaan nadenken hoe we dit op een andere, goede manier organiseren.”

Kijk, dat is nog eens ferme taal. In huize Schippers was er zelfs sprake van een kortstondig moment van paniek.

  • Edith: “Potverdikkeme Sander (echtgenoot – LV), die Denys die heeft ons door”
  • Sander: “Hoe bedoel je Ditje?”
  • Edith: . “Nou, die rare psychiater zegt dat het zorgsysteem zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt heeft.”
  • Sander: “Nou, dan heeft ie het goed mis, Ditje. We zijn nog lang niet klaar met het uitmelken van de zorg en het vullen van onze beurs.(*) Maak je geen zorgen, tot nu toe red je je overal uit. Je hangt gewoon weer zo’n lulverhaal op. En die Denys is morgen trouwens al weer oud nieuws”.

(*) LINK

Ook in casa Rouvoet sloeg de schrik heel even toe:

  • Dré: “Zeg honnepon, heb je al gelezen wat die maffe zieleknijper schrijft over ons geweldige zorgsysteem?”
  • Honnepon: “Nee Dreetje, maar volgens mij kan dat niet heel veel soeps zijn. Gaat vast weer over het falen van de zorgmarkt, of niet?
  • Dré: “Ja duifje, en dat terwijl het zo’n geweldig gouden kalf is. Met al die miljoenen winst die we met de verzekeringsclub maken, kun je toch niet zeggen dat het systeem niet deugt.”
  • Honnepon: “Ach Dreetje, maak je maar niet druk. Voorlopig kun je er nog flink van plukken. En wie na jou komt, wie dan zorgt. Wij zijn in ieder geval verzekert van een zorgeloze oude dag. Na ons de zondvloed.”

Waarmee ik maar wil zeggen dat, hoe goed bedoeld en hoe waar ook, al die petities, al die manifesten en al het geroep van bezorgde zorgverleners totaal geen indruk maakt op ‘the makers and shakers’. Beroepsverenigingen en koepelorganisaties kunnen hun punt pas maken op het moment dat ze daadwerkelijk collectief en gecoördineerd het door hen zo verfoeide zorgsysteem aan gaan pakken, niet met woorden, maar met daden:

Al die psychiaters en psychologen

  • die zo gekant zijn tegen het volgens hen zinloze ROM’en, stop ermee!!!
  • die het steeds invullen van zinloze check en scorelijsten zat zijn, stop ermee!!!
  • die moeite hebben met de steeds verdere afbraak van het beroepsgeheim, deel niets dat je niet wilt delen!!!
  • die maar blijven roepen dat de kwaliteit van hun behandeling steeds meer onder druk komt te staan, laat je die kwaliteit niet ontnemen!!!
  • die de wurgcontracten met de verzekeraars zat zijn, weiger die contracten met zijn allen!!!!
  • die vinden dat ‘het roer om moet’, ga aan het roer staan!!!

Als jullie met zijn allen besluiten om zelf het roer om te gooien, dan kan dat roer om, ook zonder dat de patient daar de dupe van wordt.

Natuurlijk zullen jullie de barricades op moeten, zullen jullie de beleidsmakers, de verzekeraars en jullie (als je in loondienst bent) werkgevers moeten trotseren of (als je niet in loondienst bent) in eerste instantie een financieel offer moeten brengen, maar als jullie voet bij stuk houden en verenigd blijven, dan gaat het stelsel op de schop.

Waarmee ik maar wil zeggen: petities en manifesten zijn schitterend, mooie woorden op bijeenkomsten, congressen en in de media zijn zeer te prijzen, maar niets kan op tegen de daden van hen die daarmee echt het verschil kunnen maken, de zorgprofessionals in het algemeen en in dit geval de psychiaterclub in het bijzonder. Het roer moet om in de GGz. Ik vraag de NVvP: maak een eind aan de bureaucratie!!!

LV

VIM: laat meer krassen achter dan je denkt!

th

De ‘oudjes’ onder ons kennen ‘ VIM’ nog wel, het potente schuurpoeder waarmee zelfs het meest hardnekkige vuil kon worden weg geboend. Nadeel van het goedje was dat het meer weg boende dan het vuil alleen; ook de oppervlakte waaraan het vuil zich gehecht had kreeg het zwaar te verduren. Met ‘VIM’ was dan weliswaar de smeer verdwenen, maar  de kwetsbaarheid van het onderliggende materiaal werd meedogenloos blootgelegd.

In de zorg wordt ook veel ‘VIM’ gebruikt. De context is enigszins anders dan die waarin het schuurmiddel gebruikt werd, maar het heeft net zoals het illustere poeder te maken met het schoonmaken van iets dat we kunnen missen als kiespijn. Bij de zorgVIM boenen we de incidenten die in de zorg plaatsvinden weg om zo weer op een schoon oppervlak verder te kunnen.

Helaas kleven er aan de zorgVIM ongeveer dezelfde nadelen als aan grootmoeders VIM: er blijven nogal eens  lelijke krassen achter en soms komt er onder het oppervlak van het gereinigde iets tevoorschijn dat je eigenlijk liever niet zou zien. Ik noem het de rotte plekken van een bureaucratisch zorgsysteem waarin de realiteit van het primair proces ondergeschikt is gemaakt aan de werkelijkheid van het parallel universum van de ivoren toren bewoners.

Een van die rotte plekken die de zorgVIM blootlegt is de procedure zelf. Deze is zo omslachtig en tijdrovend dat, sprekend voor mezelf, ik tijd te kort kom om alle incidenten die ik meemaak te melden. Gevolg is dat ik selectief te werk ga: ik laat de melding van ‘kleinere’ incidenten (die dagelijks voorkomen) achterwege, ik VIM alleen als ik tijd en ruimte heb (dwz als ik daarvoor niet na mijn werk ook nog eens hoef te gaan VIMmen (en die tijd en ruimte is er nauwelijks) of ik VIM als het incident tot directe en direct aantoonbare schade voor de patiënt lijdt.

Een andere rotte plek onder het glanzende oppervlak van de zorgVIM is de traagheid waarmee de VIM’en afgehandeld worden en de stroperigheid van het traject naar eventuele verbetermaatregelen. (als die er al komen). Veel VIM’en hebben te maken met structurele problemen waarvan iedereen weet dat ze er zijn, maar die in het bureaucratische moeras van de moderne zorgorganisatie nauwelijks aan te pakken zijn: gebrek aan personeel, geconstateerde gebreken waarvoor het geld niet aanwezig is om er iets aan te doen, overmatige administratie, verkeerde prioritering t.a.v. het primaire proces, verstikkende regelgeving, rottige attitude, enz., enz.

Ik zal eens een simpel voorbeeld geven van zo’n VIM die ik, tegen beter weten in, maar om het toch weer eens te proberen, een aantal maanden geleden de bureaucratie ingeslingerd heb: Ernstig zieke patiënt verslechterd acuut. Arts wil cito bloedafname. Patiënt is erg lastig te prikken: poging 1 & 2 mislukken. Op dat moment komt de prikdienst de afdeling oplopen voor de dagelijkse (geplande) bloedafnames. Betreffende medewerker kent de patiënt, heeft patiënt eerder (en met succes) geprikt. Logische vraag aan ‘prikmedewerker’: “wil jij het ajb proberen?” ‘Prikmedewerker’ weigert want: “aanvragen voor de geplande prikronde moeten voor 07.00 binnen zijn.” Nieuwe pogingen om patiënt te prikken (door afdelingsarts en een co-assistent) mislukken. Terwijl de ‘prikmedewerker’ nog steeds op de afdeling is, moeten we met doodzieke patiënt naar de anesthesie, waar het een anesthesist (met zeer frisse en duidelijke zichtbare tegenzin) na nog 2 mislukte pogingen uiteindelijk lukt om patiënt te prikken. Uiteindelijk kost het dus 7 pogingen en 3 kwartier, 5 medewerkers en een hoop belasting voor een doodzieke patiënt om een cito bloed in het lab te krijgen, terwijl er een zeer ervaren ‘prikmedewerker’ binnen handbereik op de afdeling was.

Volgens mijn normen is hier dan ook sprake van een incident waarbij de patiënt veiligheid in het geding was. Ik vond het dan ook VIM waardig en richtte mijn pijlen op de ‘prikmedewerker’ die in mijn ogen geen goed zorgverlenerschap toonde. Het antwoord van de VIM commissie liet ruim 4 maanden op zich wachten en was precies zoals ik bij het wegsturen van de VIM voorspelde: ‘prikmedewerker heeft gehandeld volgens procedure en valt dus niets te verwijten. Incident afgesloten.

Geen woord over de krassen die het wegVIM’en van dit incident achterliet. Krassen waaronder de tekortkomingen van dit soort procedurezorg duidelijk zichtbaar zijn:

  • Toonde deze ‘prikmedewerker’ goed hulpverlenerschap
  • Handelde deze ‘prikmedewerker’ volgens de kernwaarden van het ziekenhuis? (gastvrij, patiënt op eerste plaats, samen werken aan optimale zorg?)
  • Wat zegt dit incident over de manier waarop wij onze zorg organiseren?
  • Kunnen we dit soort incidenten voorkomen?

Wat mij betreft zijn dit retorische vragen. Ondertussen verandert er niets en doen dit soort incidenten zich dagelijks voor in ons ziekenhuis, op mijn afdeling. Hierbij gaat het niet steeds om ‘prikmedewerkers’ die vasthouden aan procedures, maar om bijna alle ‘ondersteunende’ diensten en zelfs om collega zorgprofessionals die dagelijks in het primaire proces met en voor patiënten werken. Deze incidenten worden nauwelijks gemeld, murw als we inmiddels zijn gemaakt door de façade van kwaliteitszorg via procedures.

Wordt vervolgd.

LV

PS: Overigens zijn er in ons ziekenhuis gelukkig ook nog steeds mensen die dit soort procedure ongein aan hun laars lappen en de patiënt en collegialiteit wel op de eerste plaats zetten. Bij dezelfde ‘prikdienst’ zijn er ook nog steeds medewerkers die ‘gewoon’ inspringen in dit soort situaties. Als ik dit zou VIM’en zouden deze medewerkers op de vingers getikt worden wegens het niet volgen van de procedure.

Parallelle zorguniversums

healthy-donuts

Ik heb het op dit blog nog wel eens over de incompatibiliteit van twee werelden die steeds meer zichtbaar wordt in de maatschappij en als afspiegeling daarvan in de gezondheidszorg. Op momenten zou je zelfs kunnen spreken van paralelle universums. Het ligt natuurlijk iets genuanceerder, maar grofweg zijn er twee (zorg)universums: die van de ‘Ivoren toren’, ver van het bed en die van de praktijk, de plek waar het daadwerkelijke contact tussen patiënt en professional plaatsvindt. Die realiteiten komen elkaar regelmatig tegen en proberen elkaar te beïnvloeden om de eigen doelen te behalen. Jawel, eigen doelen, want van een gezamenlijk draagvlak lijkt steeds minder sprake.

Ik werk in de ‘praktijkrealiteit’ en sta, ik geef het volmondig toe, vrij achterdochtig tegen alles wat uit de ‘ivoren torens’ getoeterd wordt. Dit heeft, denk ik, vooral te maken met de ervaringen die ik heb opgedaan met dat ‘getoeter’ en alles wat van alle mooie klanken niet waargemaakt wordt. Zo af en toe echter, probeer ik het weer eens en geef ik ‘ivoren toren’ bewoners het voordeel van de twijfel. Dan denk ik iets in de trant van: ‘zo beroerd kunnen ze toch niet zijn? Het zijn toch ook gewoon mensen met gevoel en passie?’

Zo werk ik in een ziekenhuis dat de afgelopen jaren door zwaar weer is gegaan. Eerst moesten we een door financiële tegenvallers veroorzaakte ‘personeelsreductie’ en reorganisatie doorstaan. Iedereen had hier last van, behalve de interim RvB’er die zonder blikken of blozen ruim 3 ton opstreek (en gewoon ook kreeg) voor een jaartje rücksichtslos’ bezemen’. Hierna belandden we in een fusie (want schaalvergroting was het nieuwe toverwoord), waarin ook weer de nodige koppen gesneld werden. Gedurende deze woelige periode werden we zorgvuldig ‘gespind’ door onze nieuwe RvB, die er alles aan deed om zich als mensen van vlees en bloed te profileren en geen gelegenheid onbenut liet om te benadrukken dat al dit zuur noodzakelijk was om te werken naar het punt dat iedere zorgprofessional wil bereiken en waar iedere patiënt behandeld wil worden: het zorgutopia waarin professionals maximaal gefaciliteerd worden om de patiënt volledig centraal te kunnen zetten. Natuurlijk wist ik diep van binnen dat ik weer bezig was mezelf voor de gek te houden, maar ja, een leven zonder hoop is een lastig leven. Ik gaf dus ‘mijn’ RvB het voordeel van de twijfel.

U voelt ‘m waarschijnlijk al aankomen: mijn hoop en vertrouwen werden deze week weer onderuit gehaald en ik landde met een ‘klap’ weer in de modderige realiteit van het zorgmoeras. Met het woord ‘klap’ overdrijf ik een beetje, want op basis van talloze eerdere ervaringen was ik natuurlijk al voorbereid op een noodlanding; mijn parachute zat al gebruiksklaar op mijn rug…….

Begin deze week werd ik bij de start van mijn dagdienst niet, zoals gebruikelijk, door mijn collega’s opgewacht met een kop koffie, maar met de voorpagina van de regionale krant. Deze wist mij te melden dat de 3 RvB leden van ‘mijn’ ziekenhuis een onoverbrugbaar meningsverschil hadden en dat 1 van de RvB’ers op basis hiervan besloten had om op te stappen. Op zich niet heel schokkend natuurlijk, waar gewerkt wordt ontstaan meningsverschillen. De schok kwam echter iets verderop in het artikel toen ik las dat de opstappende mevrouw in kwestie een ontslagvergoeding van ruim 2 ton meekreeg.

En daar botsten de twee realiteiten uit de eerste alinea weer frontaal op elkaar: hoe is het mogelijk dat iemand die zich als RvB’er jarenlang als ‘mens’ en ‘medewerker/collega met de medewerkers/collega’s profileert en die geen gelegenheid onbenut liet om te roepen dat zij het ziekenhuis en de patiënten op de eerste plaats zet, zonder blikken of blozen vertrekt met 2 ton, daar waar het ziekenhuis nog steeds iedere cent om moet keren en daar waar in voorgaande jaren ruim 10 % van het totaal aan medewerkers de laan uit werd gestuurd met een rammelend sociaal pl;an???

Als reden voor de riante ontslagvergoeding wordt opgegeven dat dit nu eenmaal bij aanstelling van deze dame was afgesproken en dat mevrouw nog geen nieuwe baan heeft. Met name dit laatste getuigt van een volkomen ontbreken van betrokkenheid en hart bij de persoon in kwestie: mevrouw besluit zelf om op te stappen. Waarom moet het ziekenhuis hiervoor opdraaien? Mevrouw weet ook dat het ziekenhuis iedere cent nodig heeft om de zorg in het primair proces (jawel daar waar die centrale patiënt zich bevind) op een beetje acceptabel nivo te houden, maar heeft daar blijkbaar geen boodschap aan. Mijn conclusie: deze dame heeft de medewerkers jarenlang voorgelogen met een gespind verhaal van passie en betrokkenheid en toont nu haar ware aard.

Het laat ook gelijk zien wat de prioriteiten van haar achterblijvende 2 RvB’ers zijn.; Hier heeft niet het belang van het ziekenhuis op de voorgrond gestaan, maar is er na de fusie sprake geweest van een ordinaire machtstrijd, waar in het kader van de transparantie die we met zijn allen tegenwoordig zo belijden, heel vaag en geheimzinnig over gedaan wordt.

Ben ik boos? ja. Ben ik teleurgesteld? Ja. Ben ik verrast? Nee. Ben ik een illusie armer? Ach…….

LV

Monty Pythons Flying Zorgcircus

hqdefault

De meeste volgers van dit blog kennen ongetwijfeld de heren van Monty Python’s Flying Circus. Dit tot nu toe ongeëvenaarde gezelschap teisterde in de jaren zeventig van de vorige eeuw de bekrompen geesten van de gevestigde, vastgeroeste orde met absurdistische sketches en satire van de bovenste plank. Wat toen nog weinigen konden bevroeden is dat anno 2016 veel van uit het absurdistische Python circus realiteit is geworden. Zo stuitte ik afgelopen week op een blogpost van psychiater Menno Oosterhoff (@oosterhoff2) op de site van Medisch Contact. Onder de titel ‘Code loos’ schetste Oosterhoff een absurdistisch tafereel, waarbij mijn eerste gedachte na het lezen ervan direct naar de Pythons leidde. Voordat u verder leest, raad ik u aan eerst ‘Code loos’ te verorberen > LINK

Gelezen??? Dan mag u het zeggen: absurd?, satire?, Pythonesk? of…… Zorgrealiteit 2016? Lastig, niet? Of eigenlijk toch niet zo lastig. Want alle vier de opties zijn hier van toepassing. En dat is nu het bizarre van de hele situatie: de Nederlandse gezondheidszorg anno 2016 is verworden tot een absurdistisch toneel met compleet gestoorde hoofdrolspelers en verdwaasde figuranten. Iedereen die in het primaire zorgproces werkt zal de situatie die Oosterhoff zo geweldig schetst herkennen en sterker nog, figureert dagelijks in eenzelfde of vergelijkbaar tafereel. En de meesten van al die zorgprofessionals zijn inmiddels zo murw en verdwaast dat het niet eens meer in ze opkomt om uit deze satire te stappen, het gezond verstand op te poetsen en in opstand te komen.

Een andere derealiserende en in mijn ogen zelfs verbijsterende zorgschets kwam ik eveneens de afgelopen week tegen op Twitter. Mijn blogpartner Gonda Hervaud (@vovo1967) maakte mij hierop attent. Het betreft een uitwisseling tussen een medisch specialist en een arts / ex hoofdinspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg > LINK  Ook hier raad ik u aan om eerst de gehele discussie tot u te nemen, alvorens u zich verder op deze blogpost stort.

Boeiende discussie, toch??? Verbijsterend? Jazeker, vooral vanwege drie Tweets in deze discussie. Tweets die met pijnlijke precisie duidelijk maken hoe groot de kloof tussen de zorgpraktijk en de invoren zorgtorens is:

  • Specialist: “Bovendien zijn dan bijna al mijn complicaties calamiteiten: te weinig zusters, te slechte spullen, te weinig fysio, etc., etc.”
  • Ex-inspecteur: “Pas op specialist, Als jij dit echt vindt,dan moet de RvB jouw afdeling sluiten! #Patientveiligheid heeft de hoogste prioriteit.”
  • Specialist: “En alle andere afdelingen in alle andere ziekenhuizen. Argumenten patientveiligheid worden overal door RvB’s weggewuifd.”

Hier zie je een uitwisseling tussen twee mensen die allebei een passie voor zorg hebben. De specialist ziet dagelijks de ‘vlees en bloed (zweet en tranen)’ werkelijkheid van zijn ziekenhuis en vanuit dat referentiekader maakt hij van zijn hart geen moordkuil. De ex inspecteur kent vooral de papieren werkelijkheid van de ziekenhuizen. Een werkelijkheid van misleidende werkbezoeken,  accreditaties, zogenaamde klachtenregelingen, zogenaamde patiëntenparticipatie (bijvoorbeeld vanuit de voor 90% door VWS (@minVWS) gefinancierde NPCF (@NPCF), tegenwoordig Patientenfederatie Nederland (@PatientenNL) genaamd. En over de kloof tussen die twee werkelijkheden schreeuwen ze elkaar toe.

Meestal hou ik me buiten Twitter discussies, maar dit keer kon ik het niet nalaten om te reageren: “Als verpleegkundige kan ik niet anders dan beamen dat de specialist gelijk heeft.” En dat wil ik hier nog een keer herhalen. Als Raden van Bestuur zich werkelijk iets van (preventieve) patiëntveiligheid aantrekken en gaan controleren of alle prachtige protocollen, uitvoeringsregelingen en voorschriften op dit gebied daadwerkelijk uitgevoerd (kunnen) worden volgens de regels der kunst, dan zullen ze snel tot de conclusie komen dat al het papier in de praktijk geen cent waard is en zullen ze heel veel afdelingen moeten sluiten. Dat het in de gezondheidszorg nog enigszins veilig is komt niet door de inspectie, niet door alle verplichte accreditaties en keurmerken, niet door @minvws, niet door de Raden van Bestuur en hun managementclubs, enz., enz. Nee, dat het in de gezondheidszorg nog enigszins veilig is heeft vooral te maken met gepassioneerde zorgprofessionals zoals deze specialist. Mensen die ondanks alle ‘ivoren toren nonsens’ gewoon keihard hun werk blijven doen met de patiënt op de plek waar deze hoort: centraal. Mensen die niet bedreigd horen te worden met een “Pas op, specialist”, daar waar een “Wat een schandalige situatie, wat kan ik doen om je te helpen?” op zijn plaats zou zijn.

LV

D-Day

pierre

Morgen schrijven we maandag 6 juni 2016: D-Day voor mijn blogpartner Gonda Hervaud. Dit is namelijk de dag dat zij samen met haar jurist Fabian Krougman bij de rechtbank zal zijn. Een noodzakelijk beginpunt in een langlopende strijd met als inzet erkenning en rechtvaardigheid. Een strijd ook ter voorkoming van herhaling en voor het invoeren van tot nu toe uitgebleven verbetermaatregelen in ziekenhuis X. Dit klinkt allemaal  wellicht wat ‘groots en meeslepend’, maar ik kan geen andere woorden vinden voor de weg die Gonda na het overlijden van haar man Pierre in ziekenhuis X heeft ‘moeten’ bewandelen. Een weg die voor haar aanmerkelijk korter had kunnen (en moeten) zijn als de gezondheidszorg (en degenen die daarop toezien) haar werk volgens de regels der kunst had gedaan.

In plaats daarvan kregen (voor zijn overlijden) Pierre en Gonda te maken met een bolwerk vol sluiers en mist. Een bolwerk waarin de bereidheid tot samenwerken met en leren van patiënten en naasten minimaal is en waarin de woorden reflectie en transparantie op de verboden lijst lijken te staan. Volgers van ons blog en de Twitter account van Gonda (@vovo1967) kennen het verhaal van Pierre en Gonda. Voor hen die het niet kennen verwijs ik naar het boek dat Gonda (in naam van Pierre) hierover schreef: “Een kop geeft geëtter – Extra kopzorgen in hersentumorland”..

Over dit boek verscheen vorig jaar een interview met Gonda in het V&VN vaktijdschrift ‘Oncologica’. In verband met publicatierechten (jawel, geld, geld, geld) kunnen we dit artikel niet via een link toegankelijk maken, maar mijn reactie op het artikel onder de titel “Kanker heb je samen’ (LINK), is een aardig alternatief.

Op het bewuste artikel zelf kwamen meerdere reacties. Een reactie, afkomstig van een medisch specialist, vind ik heel bijzonder en hoopgevend. Om die reden wil ik hem er aan de vooravond van deze voor Gonda, haar jurist (en ik denk ook voor heel veel slachtoffers van medische missers en zorgprofessionals) belangrijke dag in deze blogpost laten zien:

“Ik lees nu wat ik in fragmenten al had meegekregen en begrepen over je boek. Complimenten voor de manier waarop je op een positieve toon nog steeds strijdt. Ik weet maar al te goed hoe vreselijk fout ongeveer alles in de zorg kan gaan. Mijn grootste zorg is de onwetendheid of de onbenulligheid, het niet realiseren wat bepaald gedrag of handelen voor uitwerking heeft en het niet verder kijken dan je eigen verantwoordelijkheid. Want dat komt voor. Maar ook:  iedereen is onderdeel van een groot systeem geworden en 98 % van de mensen heeft het gevoel dat zij het systeem toch niet kunnen veranderen. En het is ook heel moeilijk, het leidt tot forse frustraties , soms ziekmakend zelfs (zelf ondervonden). Ik kreeg vaak het verwijt de lat te hoog te leggen voor de medewerkers om me heen: ze zijn allen heel betrokken, maar ik verwachtte er teveel van. En misschien klopt dat ook, burn-out is hoog in de gezondheidszorg, er moeten dus heel veel intrinsiek gedreven mensen in zitten. Daarom is het zo jammer dat het toch steeds weer fout kan lopen. Bewustzijn daarvan is daarom heel belangrijk en jouw activiteiten dragen daar fantastisch aan bij.

Ook wij proberen ons te verbeteren: zo waren de chirurgendagen gewijd aan Medisch leiderschap waarbij veel nadruk werd gelegd op je verantwoordelijkheid nemen, inspireren en op de manier waarop je dingen wel veranderd krijgt (geweldige lezingen van gedragswetenschappers en coaches van nationale teams etc).

Hoewel ik soms ongelooflijk somber en kwaad kan zijn als het weer eens niet lukt om iets teweeg te brengen zijn er in de xx jaar dat ik chirurg ben toch ook enorm veel dingen heel erg verbeterd. En als ik die dan op een rijtje zet dan word ik weer blij. Als ik op de afgelopen chirurgendagen rond kijk ook: mijn vrees dat we steeds minder getalenteerde mensen kunnen aantrekken klopt helemaal niet. Ik zie gemotiveerde, veel beter opgeleide jonge artsen die allerlei waarden expliciet hebben meegekregen terwijl wij dat indertijd zelf maar moesten zien op te pikken van rolmodellen. In de USA wordt door het American College of Surgeons inmiddels gesproken over de voorbeeldfunctie van Canada en Nederland qua opleiding. Ook zie ik een Vereniging die de professionaliseringsslag die wij met ons bestuur rond 2000 in hebben gezet geweldig heeft opgepikt.

Wat ik maar wil zeggen: er is hoop en zolang we scherp worden gehouden kan er verbeterd worden.”

Gonda, ik wens je morgen heel veel sterkte, samen met Fabian. Ik heb het je regelmatig gezegd: ik bewonder je passie, je moed en doorzettingsvermogen enorm.

LV

Met de billen bloot: geROMmel met de ROM

imagesHX5D1D2O

“Onder het motto “meten is weten” werd ROM in 2001 voor het eerst breed ingevoerd in de GGz bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Rivierduinen. Sindsdien is ROM in de GGZ aan een gestage opmars begonnen, gestimuleerd door ROM projecten bij veel voorkomende psychische aandoeningen, in de verslavingszorg en bij ernstige psychiatrische aandoeningen.” Lees HIER verder. In de praktijk is de ROM, op zijn zachtst gezegd, omstreden en is er nog steeds veel discussie over het nut en de waarde ervan in de huidige opzet.

De ROM is geleidelijk ingevoerd in die zin dat het karakter in de jaren sinds 2001 steeds dwingender werd en er inmiddels gesproken kan worden van een keurslijf. Afdelingen worden afgerekend op het aantall ROMmen dat ze aanleveren. ROM je niet voldoende, dan heeft dat consequenties voor je ‘omzet’ en de ‘afspraken’ die met de verzekeraars gemaakt (kunnen)  worden. U ziet dat ik het woord afspraken tussen ‘……..’  zet, want in de praktijk gaat het hier ook steeds meer over dictaten, maar dat is weer een andere discussie.

De geleidelijke invoer van de ROM betekende in de praktijk dat er aanvankelijk wel ruimte was om in bepaalde situaties niet te ROMmen. In deze situaties ging het meestal om patiënten die gezien hun toestand niet in staat waren om de 90 vragen tellende ROM in te vullen, of bij wie we de inschatting maakten dat het invullen van een ROM negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor hun welbevinden. Helaas werd deze ruimte steeds meer ingeperkt en inmiddels zitten we in de situatie dat de ROM door de organisatie waarin we werken, belangrijker gevonden wordt dan het welbevinden van de patiënt. Immers, iedere niet ingevulde ROM heeft (financiële) consequenties. De belangrijkste vraag die een manager bij opname van een patiënt  stelt is niet of de ontvangst gastvrij en volgens de regels der kunst plaats heeft gevonden, maar of er al geROMd is……..!!!!!!!

De verantwoordelijkheid voor het ROMmen is in de periode sinds 2001 ook geleidelijk aan verschoven. Inmiddels zijn we zover dat er van de verpleegkundige die de klinische opname doet verlangd wordt dat deze ook zorgt dat de ROM gedaan wordt. Voor mij betekent dit dat dit nog wel eens in botsing komt met wat ik onder ‘goede zorg’ versta, sterker nog, regelmatig vind ik een ROM in een opnamesituatie gecontra-indiceerd en kan het de patiënt volgens mij  schade toebrengen. Ik zal proberen dit toe te lichten.

Ik werk als pleeg op de MPU van een algemeen ziekenhuis. Dit is dus geen GGz. Wij bieden als MPU ook geen GGz maar ziekenhuispsychiatrie. Dit laatste houdt in dat er bij onze patiënten altijd sprake is van somatische comorbiditeit die opname in een ziekenhuis nodig maakt. Soms gaat het om mensen met bestaande psychiatrische problematiek die (tijdelijk) meer intensieve somatische zorg nodig hebben, soms gaat het om somatische problematiek die psychische ontregeling tot gevolg heeft. Even terug naar de ROM: het gegeven dat ziekenhuispsychiatrie toch een wat andere tak van sport is, maakt voor de ROM niet uit, wij hebben te maken met de GGz benadering van de ROM, ook al slaat deze de plank regelmatig volkomen mis en zeggen de uitkomsten niets over de effectiviteit van de zorg. Zo kunnen wij bijvoorbeeld iemand met bestaande psychische problematiek opnemen, niet primair vanwege de psychische problematiek, maar omdat er bijvoorbeeld sprake is van ontregelde diabetes. Gedurende de opname verandert er niets in de psychische problematiek, maar bij ontslag is de diabetes onder controle. Opnamedoel behaald, maar volgens de ROM is de patiënt geen bal opgeschoten en is de geboden zorg niet effectief geweest. Nog een voobeeld: een patiënt met een eetstoornis heeft een gevaarlijk kaliumtekort en moet onder monitoring gesuppleerd worden. Na enkele dagen is het kaliumtekort opgeheven, is de levensbedreigende somatische situatie niet meer aanwezig, maar is de eetstoornis nog onverminderd ernstig. Uit de ROM zal blijken dat de opname geen effect heeft gehad, want er staat nergens een vraag over het doel van de opname. En zo kan ik nog wel even doorgaan met dit soort kROMmiteiten. Situaties die iedereen even kROM vindt, maar waar iedereen gewoon braaf meedoet met het ROMmen, want anders kost het ons geld, ook al behalen we onze doelstellingen t.a.v. behandeling en zorg. Ik ben inmiddels aan bovenstaande kROMmiteiten gewend en maak me er niet meer heel druk over. Als de patiënt in mijn ogen in staat is om te ROMmen, dan schuif ik hem gewoon een ROM onder de neus of de uitkomst nu iets zegt over effectiviteit van zorg of niet.

Waar ik echter niet aan gewend ben en waar ik ook niet aan meewerk is aan het ROMmen van patiënten bij wie het ROMmen in mijn verpleegkundige inschatting van dat moment schadelijk kan zijn. Dit is de categorie patiënten bij wie ik ben overgegaan tot het plegen van zorgfraude. Ik geef u een aantal (samengestelde) voorbeelden:

Patiënt A is 83 jaar en wordt in totaal verwarde toestand op de SEH gepresenteerd. Door  haar angst en onrust die psychotisch aandoet kan ze niet op een ‘gewone’ verpleegafdeling geplaatst worden en komt ze op de MPU. Dat betekent dat deze mevrouw ook moet ROMmen, hoewel  ze daar totaal niet toe in staat is. Formeel  moet de ROM dan door de verpleegkundige samen met patiënte ingevuld worden, want er moet geROMd worden. Dit zou dus betekenen dat ik samen met een totaal verwarde, angstige vrouw van wie zowel arts als ik voor 90% zeker zijn dat er sprake is van een delier, 90 totaal nergens op slaande vragen moet gaan beantwoorden. Vragen die alleen maar kunnen bijdragen aan toename van de  verwardheid en die de aandacht afleiden van de zorg die op dat moment nodig is.

De werkdiagnose ‘delier’ wordt al snel bevestigd: urineretentie en urineweginfectie. We zetten het delierprotocol in, patiënte wordt gecatheteriseerd en krijgt antibiotica. Binnen 24 uur is ze niet meer delirant en is de MPU indicatie vervallen. Er is totaal geen sprake van welke psychiatrische problematiek dan ook.

Patient B is 45 jaar. Hij is op de SEH opgenomen na een tentamen suïcide met orale antidiabetica en paracetamol. Patiënt heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. Aanleiding voor de TS is een reeks van tegenslagen op het persoonlijke en zakelijke vlak. Het was een impulsieve actie. Omdat patiënt nog instabiele bloedsuikers heeft en aan een infuus met fluimicil ligt, wordt hij opgenomen op de MPU. Doelen: stabilisatie bloedsuikers en beperken leverschade. Bij opname MPU is de patiënt nog enorm emotioneel, hij schaamt zich enorm voor zijn TS en is nog volop aan het verwerken wat er is gebeurd en hoe hij zover is gekomen. Hij wordt begeleidt door zijn al even aangeslagen vrouw en puberdochters. In deze toestand van ontreddering en verdriet wordt er van hem verlangd dat hij 90 vragen over zijn psychische toestand in gaat vullen.

Als verpleegkundige is het mijn prioriteit dat deze meneer de gelegenheid en rust krijgt om de eerste verbijstering te laten zakken, dat de somatische parameters goed gemonitord worden en dat zijn vrouw en kinderen netjes en menselijk opgevangen worden.

Patient C is 57 jaar, heeft een ‘terminaal’ pancreaskopcarcinoom,  lijdt hevige pijnen en heeft zich suïcidaal uitgelaten. Opname op de MPU heeft te maken met de suicidaliteit icm de slechte lichamelijke conditie.  Van patiënt wordt verlangd dat ze bij opname een ROM van 90 vragen in gaat vullen. 90 vragen die alleen maar gaan over psychische problemen en die nergens gaan over de impact van een ‘terminale’ diagnose en datgene dat ondraaglijke pijn met de psyche doet.

Als verpleegkundige is het mijn prioriteit om samen met het multidisciplinaire team te kijken of en hoe we de laatste periode van het leven van deze patiënt iets van draaglijkheid en waarde kunnen geven, waarbij we wat mij betreft de depressieve gevoelens en suicidaliteit niet labelen als een DSM As I stoornis, maar als een menselijke reactie op een traumatische levenservaring en ondraaglijke pijnen.

Patient D is 62 jaar en heeft net een excacerbatie COPD achter de kiezen, kreeg daarvoor een prednisonkuur en is daardoor vrij acuut depressief geworden. Ondertussen is de benauwdheid nog steeds fors en heeft patiënt nog O2 nodig. Patiënt arriveert fors benauwd op de afdeling en wil in eerste instantie vooral verlichting. Voelt zich angstig en is inderdaad somber. Ziet het even niet meer zitten als het op deze manier doet. Uiteraard moeten er zo snel mogelijk 90 ROM vragen over psychische gezondheid ingevuld worden. Vragen die zijn opgesteld vanuit een beperkt GGz perspectief.

Als verpleegkundige zie ik een uitgeputte patiënt die alleen maar aan lucht kan en wil denken, voor wie het nemen van een slokje water of het even uit bed gaan voor de postoel al lijdt tot toename van de benauwdheid en angst. Kortom, iemand die zijn handen vol heeft aan ‘overleven’.

Patient E is 59 jaar heeft een inoperabele hersentumor en wordt behandeld met o.a. dexamethason. Is waarschijnlijk daardoor manisch ontregeld. De dexamethason gaat dus gestopt worden en patient gaat voorbereid worden op bestraling. Patiënt komt manisch en enorm verdrietig op de afdeling. Ze wordt vergezeld  door haar man en haar zoon. Het gaat niet meer thuis. Maar dat is bijzaak, want eerst moet er natuurlijk geROMd worden……

Ik zie 3 intens verdrietige en angstige mensen. Patiënt zelf ziet ondanks haar manie in dat het thuis niet te doen is. Partner en zoon zijn uitgeput maar voelen zich ondanks het feit dat ze alle zeilen hebben bijgezet schuldig over het feit dat ze het niet meer trekken. Gedrieen zijn ze angstig voor wat komen gaat: betekent dit dat de hersentumor nu echt ‘gewonnen’ heeft of is er toch nog hoop in die zin dat de groei nog een tijdje geremd kan worden en mw. nog een periode thuis kan zijn???

Enzovoorts, enzovoorts………

De moraal van dit verhaal is dat we in de praktijk van alledag opgescheept zitten met een systeem dat voor een deel van onze patiënten te belastend / confronterend /schadelijk is. Als er van deze patiënten geen ROMmen aangeleverd worden, dan heeft dat directe gevolgen voor de financiering van de afdeling en de afspraken die er met de verzekeraars gemaakt (kunnen) worden. Als verpleegkundige is het in dit soort situaties mijn inschatting dat het ROMmen zelfs schadelijk (want te belastend) voor de patiënt kan zijn. Desondanks wordt er vanuit de organisatie verlangd dat er een ROM is. Ik (en met mij een aantal collega’s) gaan hier inmiddels op een creatieve manier mee om. Een manier die voor de patiënt geen extra belasting oplevert en die ook de organisatie tevreden houdt. Je kunt deze manier wegzetten onder het kopje professionele, humane zorg passend bij de specifieke individuele situatie van de patiënt of onder het kopje zorgfraude.  De invulling van de manier laat ik aan uw verbeelding over, maar volgens mij is er niet heel veel verbeelding voor nodig……..

LV