De overeenkomst tussen (veel) zorgbestuurders en Pontius Pilatus

foksukpilatus

We bevinden ons in de week na Pasen, het moment waarop we volgens de christelijke traditie de kruisiging en herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Bij de kruisiging van Jezus speelde ene Pontius Pilatus, Romeins bestuurder, een cruciale rol: hij gaf het bevel tot executie en waste vervolgens zijn handen in onschuld.

Als ik aan zorgbestuurders denk, denk ik ook regelmatig aan deze Romeinse bestuurder. (Veel) Zorgbestuurders bepalen vanuit hun ivoren torens meer een meer een beleid dat garant staat voor ‘executies’ van onschuldigen. Ze voeren deze executies uiteraard niet zelf uit, daar hebben ze personeel voor. En op het moment dat blijkt dat een ‘executie’ niet gepikt wordt door ‘het volk’, dan wassen zij, gelijk hun illustere collega bestuurder, de handen in onschuld en offeren ‘de beul’ op.

Ik herinner het mij nog als de dag van gisteren; het gesprek met een van de zorgbestuurders van het ziekenhuis waar mijn man ernstige schade had opgelopen. Het was een jaar na zijn overlijden en de krant zou een artikel over ons boek en de gebeurtenissen publiceren. Op eigen initiatief heb ik vervolgens een gesprek met deze zorgbestuurder gevraagd. Dit initiatief had wat mij betreft eigenlijk al eerder door het ziekenhuis moeten worden genomen, maar bij gebrek aan initiatief………

Bij binnenkomst zijn daar de zorgbestuurder en zijn managementassistent. Tranen rolden uit zijn ogen en hij pakte er zowaar een zakdoek bij: “Ik heb uw boek gisternacht gelezen en moet echt huilen; wat erg dat dit in mijn ziekenhuis is voorgevallen! ”                       “Inderdaad erg” , beaam ik. Plots zijn echter de krokodillentranen verdwenen en zegt dezelfde zorgmanager: “Als mens vind ik dit heel erg, maar als zorgbestuurder kan ik mij daar niet zo over uitlaten.” Weg waren de tranen en mijn stille hoop dat dit ziekenhuis zou willen reflecteren en zou willen leren.

Een tweede ziekenhuis zou op mijn verzoek een gesprek organiseren, maar heeft dat op zijn beloop gelaten. Later werd er beweerd dat de planning was misgelopen door ICT-problemen.(???!!!???) Van een arts had ik al vernomen dat er helemaal niks was gepland! Volgens mij hebben wij nog altijd een telefoon of briefpapier? Dit gesprek heeft daardoor nooit plaatsgevonden.

Een derde zorgmanager zei doodleuk, nadat de bewuste arts op zeer correcte wijze excuses had aangeboden, maar wel wees op de gevaren in het systeem: “Klaag gerust deze arts aan.”  Dat heb ik dus bewust niet gedaan; geen tuchtrecht tegen een individuele zorgverlener in een systeem dat fouten en missers faciliteert, wat mij betreft.

Juist deze houding van, in dit geval drie zorgbestuurders, maakte mij strijdvaardiger dan ooit. Wie niet wil leren en wie niet wil reflecteren, moet maar als zorgbestuurder met de billen bloot. Het is schrijnend dat sommige bestuurders na een medische fout denken weg te komen door de schuld volledig op de zorgmedewerker te gooien. Dit euvel zie je ook vaak wanneer er iets is uitgewerkt via het nieuws: “de medewerker is op non-actief gezet” of “de medewerker is ontslagen.” Wij leggen de verantwoordelijkheid voor problematiek, die regelmatig veroorzaakt wordt door een foutief ziekenhuissysteem, gewoon op een medewerker en daarmee zijn wij “zorgmanagers” van het probleem af. Met een dergelijke houding toon je als ziekenhuis hoe fout je eigenlijk bezig bent: Waar mensen werken, worden fouten gemaakt. Van een fout moet een mens kunnen leren. Bovendien is het een gegeven dat bij veel fouten die zich individueel manifesteren een volkomen ‘ontspoorde’ en verziekte organisatie de primaire oorzaak is. Door de schuld af te schuiven op individuen, bestrijd je een symptoom, maar laat je de ziekte voortwoekeren  Ergo: Deze bestuurders mogen zich schamen: zo ga je niet met je patiënten (en nabestaanden) en je medewerkers om.

Aan de andere kant heb je dan ook nog de IGZ. Deze instantie doet dan zogenaamd (onvolledig) onderzoek en komt vervolgens tot de conclusie dat er schade is geleden en dat het dus valt onder de noemer van een calamiteit. Van een calamiteit registreren of een juiste terugkoppeling geven, heeft de IGZ echter geen kaas gegeten. Wanneer je dan uiteindelijk naar de klachtadviescommissie van de IGZ gaat en deze commissie aanbevelingen doet aan de Inspecteur Generaal van de IGZ, dan bemerk je dat ook daar de boel vervolgens vastdraait.

De klachtadviescommissie schrijft o.a. het volgende: “De commissie is van oordeel dat de IGZ wel uitgebreider uiteen had kunnen zetten wat de inspectie op grond van haar onderzoek heeft geconstateerd met betrekking tot de onveilige aspecten van het in het ziekenhuis geldende systeem.”

“Tenslotte merkt de commissie op dat zij, zoals u in het verslag van de hoorzitting kunt lezen, aan de inspecteur heeft meegegeven om alsnog te bezien of de Raad van Bestuur van het ziekenhuis kan worden geadviseerd om ruimhartiger excuus aan te bieden aan mevrouw Hervaud voor de in het ziekenhuis gemaakte fouten met de medicatie zowel voor wat betreft de Depakine als de Keppra.”

De Inspecteur-Generaal van de IGZ heeft aan dat advies echter maling en heeft mij gemeld hier niks mee te doen, omdat het ziekenhuis inmiddels vaak van bestuurder heeft gewisseld. Ondanks het feit dat het bestuur van dit ziekenhuis in een jaar tijd inderdaad vaker heeft gewisseld van bestuurder, dan wanneer je een schone onderbroek krijgt in dit ziekenhuis, mag dit uiteraard geen reden zijn om een ziekenhuis niet op onveilige aspecten aan te spreken.

Wat ik verder heb proberen te verduidelijken betreffende de IGZ valt terug te lezen in mijn blog: ‘De IGZ: Bewust, Bevoegd, maar ook Bekwaam?

Eveneens uitermate storend vind ik de Tweets van de IGZ en consorten. Hier een paar voorbeelden:

Na klein onderzoek mijnerzijds concludeer ik dat het zeer belastend is voor slachtoffers en nabestaanden dit soort Tweets te lezen; ze staan haaks op de ontnuchterende realiteit van de IGZ praktijk.

Op een door mij gestelde directe vraag om reactie aan de Inspecteur Generaal van de IGZ: kan ik de lezer meedelen dat deze nooit antwoord heeft gegeven op deze nette, terechte vraag mijnerzijds. Inmiddels heb ik ook geen behoefte meer aan een antwoord, daar ik inmiddels geheel geen fiducie meer heb in de IGZ.

Positief en mooi is, dat ik bij sommige zaken die ik voor andere slachtoffers/nabestaanden heb mogen uitwerken, wel goede zorgbestuurders ben tegengekomen. Een voorbeeld van een goede zorgbestuurder ziet u in mijn blogpost  : “IGZ vindt overlijden na gemiste sepsis geen calamiteit.”

Van medische fouten moet men immers willen leren!!!

Ik verzoek zorgbestuurders en de IGZ dan ook op te houden rondjes te draaien: bestuurders komen er doorgaans mee weg en de zorgprofessionals krijgen persoonlijk de schuld, terwijl veel fouten te wijten zijn aan een onveilig systeem.

Met dit soort gedrag werk je, buiten het feit dat niemand er wat van kan leren, een claimcultuur in de hand. Dit mag toch niet de bedoeling zijn?

Mijn terminaal zieke man was geen schreeuwer, maar had wel een diepe wens: schrijf wat er is misgegaan op, zodat men kan reflecteren en kan leren: “In de hoop dat de medische wereld van hun werk blijft houden en niet verdwaalt in tomeloze arrogantie, zelfbehoud en routine.”

Maak melden mogelijk en stop de ‘blaming en shaming’ en de geldverslindende poppenkast. Investeer het geld dat je vervolgens overhoudt in de directe zorg. Ga netjes en correct met meldingen van slachtoffers/nabestaanden en je personeel om. Bij goede zorg, hoort ook een goede afhandeling wanneer het mis gaat.

Beste zorgbestuurders: ik zie u binnenkort, mede namens mijn man, terug bij de rechter.

Gonda Hervaud

Update 1:

De kloof tussen zorg en ZORG

cartoon%20autonomie

Dit keer weer eens een blogpost naar aanleiding van een tweet. De twitteraar heet Rob Adolfsen (@robadolfsen) en dit is zijn tweet: “Zorginkoop mag wat mij betreft in de uitverkoop. Waarom? Dat leg ik 30/3 uit op de Dag vd Zorginkoop..” Ik volg Rob Adolfsen al geruime tijd, omdat hij een van de initiatiefnemers van de helaas ter ziele gegane (bijna) zorgverzekeraar Anno12 was; een prachtig initiatief dat ik zie als wegbereider voor Zorgeloos Care. (klik hier voor blogpost over deze organisatie)

De tweet op zich is echter niet de reden van deze blogpost. Ik heb me achter het toestenbord verschanst naar aanleiding van een bij de tweet toegevoegde link: naar het programma van het congres in het kader van de ‘Dag van de Zorginkoop’. Als je deze link opent kom je terecht op een webpagina die in mijn ogen perfect verklaart wat er mis is in ‘ons’ zorgstelsel. De aandachtige lezer ziet ongetwijfeld dat ik ‘ons’ tussen twee accenten plaats, want het is natuurlijk allang niet meer het zorgstelsel van de patiënten en de zorgprofessionals, degenen van wie het eigenlijk wel zou moeten zijn. ‘Ons’ zorgstelsel is namelijk de speeltuin van bestuurspersonen, management, politici en meer van dat soort lieden die van huis uit niet zo heel veel met zorg hebben. Het is voor hen een aardig verdienmodel en het biedt leuke loopbaanperspectieven, maar verder moet je ze niet teveel lastig vallen met dingen

Als je de parade van sprekers ziet, dan zie je een imposante lijst gevuld met jaarsalarissen waar de gemiddelde zorgprofessional alleen maar van kan dromen, met functies en titels die mijn nachtmerries over het zorgstelsel vullen en die net zover van de dagelijkse zorgpraktijk afstaan dat ze zich niet in kunnen denken wat het is om je hierin te moeten bewegen, hetzij als patient, hetzij als zorgverlener. Klein tussendoortje: Sinds vorige week draait het behandeldeel van onze afdeling volledig op arts-assistenten. Ons afdelingshoofd is al twee weken niet beschikbaar voor waar ze eigenlijk beschikbaar moet zijn, wij als team nemen haar taken over. Hoe dat komt??? Onze specialisten en ons afdelingshoofd zijn (ook in de vrije weekenden) bezig met administratieve rompslomp. LEVE ‘ONS’ZORGSTELSEL.

Als je vervolgens kijkt naar wat het kost om bij het congres aanwezig te kunnen zijn, begin je ook te snappen hoe het komt dat de zorg maar zo duur blijft. En dan is dit niet eens een van de duurste congressen in het segment. Klein tussendoortje: voor mij en mijn collega’s van het verpleegkundig team op onze afdeling is er voor dit soort evenementen en externe cursussen een budget van €50, — per persoon per jaar beschikbaar.

Tot slot valt me op dat het congres afgesloten wordt met de bekendmaking van de award voor de beste Zorgmanager van het jaar. Een award die wordt toegewezen door een jury waarin geen patiëntenvertegenwoordiger of echte zorgprofessional te vinden is. Ik geef u bij deze op een briefje dat als je de Zorgmanager van het jaar zou laten nomineren en toewijzen door een jury van zorgprofessionals de uitslag erg verrassend zou zijn.

Samenvattend: de kloof tussen zorg en ZORG kan niet treffender worden aangegeven dan met de aankondiging van dit verspillende congres en haar programma. We hebben het hier over verspilling van geld en zorg!!!

LV

Zorgeloos #1

CVVJFFiWwAA8qcg

Waar ik op mijn HWC-blogs frequent op hamer is het gegeven dat de deplorabele toestand van ons zorgstelsel niet alleen de schuld is van de overheid, de zorgverzekeraars en de managers. Sterker nog, zij doen wat ze vanuit hun positie moeten doen en zij doen dit goed: de rijksoverheid heeft de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg gedelegeerd aan de markt, de zorgverzekeraars zijn de marktkooplieden en gaan voor de optie die hen het meeste geld oplevert en de managers in de zorg versterken hun positie nog steeds: de zorg is het enige segment waar de managementlaag nog steeds groeit. Kortom, zij komen op voor de eigen belangen en doen dat met verve.

Waarmee ik terecht kom bij mijn stokpaardje: de passiviteit van de patiënten en de zorgprofessionals, die zich de voortschrijdende kaalslag en dehumanisering van de zorg maar een beetje aan laten leunen zonder, een aantal uitzonderingen daargelaten, in opstand te komen. En met opstand bedoel ik niet met zijn allen naar het Binnenhof om lekker anoniem weer eens wat leuke leuzen te scanderen of ludieke liedjes te zingen, waarna iedereen de volgende dag weer de makke schaapskleding aandoet en netjes meehobbelt met de kudde. En met opstand bedoel ik ook niet de ludieke acties op zorglocatie, zoals bijvoorbeeld werkonderbrekingen, uitdelen van roeptoeters of het organiseren van patiënt ’verwen’ muiddagen. Patiënten willen helemaal niet verwend worden, zij willen humane zorg op een acceptabel  kwantitatief en kwalitatief nivo.

Wat ik bedoel met opstand is het ontwikkelen en uitvoeren van zorgalternatieven die juist garant willen staan voor die humane zorg op genoemd nivo. En dan hoef je als patiënt of zorgverlener niet eens zelf de barricaden op te gaan of initiatieven te ontplooien. Natuurlijk heeft dat mijn voorkeur, maar ik ben ook zo realistisch dat dat er niet in zit. Wat je wel kunt doen is je aansluiten bij of je steun geven aan goede initiatieven.

Ik ben nog steeds verbaasd over het gegeven dat een zorgverzekering initiatief als ANNO12 in 2015 niet van de grond kwam, simpelweg omdat er niet genoeg animo was. Bizar vind ik het in deze dat ik in mijn team, met heel veel hardwerkende, maar ook hard klagende collega’s,  ondanks het gegeven dat ik mensen herhaaldelijk op ANNO12 heb gewezen, uiteindelijk niemand ‘zo gek kreeg’ om zich echt in dit initiatief te verdiepen, laat staan zich als aspirant verzekerde in te schrijven.

Gelukkig is er nu een nieuw initiatief op dit gebied: Zorgeloos Care. Een initiatief dat net als ANNO12 de kiem voor een revolutie in zich draagt en dat het mijns inziens ook verdiend om te slagen. Wederom ben ik enigszins verbijsterd dat het tot nu toe nog geen storm loopt bij Zorgeloos Care. In een land waar patiënten en zorgverleners voor zichzelf op moeten komen om humane, kwantitatief en kwalitatief goede zorg te kunnen ontvangen / bieden, zou je verwachten dat mensen zich massaal aansluiten bij een club die bereid is hiervoor hard te werken. Daarom in deze blogpost de ‘spotlight’ op Zorgeloos Care.

Aan iedereen die deze blogpost leest vraag ik om in ieder geval de site van Zorgeloos Care te bezoeken en zich daar goed te informeren. Als je dat gedaan hebt lijkt het mij evident dat je je in ieder geval als belangstellende bij dit initiatief aansluit, maar dat is en blijft natuurlijk je eigen keuze / verantwoordelijkheid. Volg je mijn advies om in ieder geval de site te bezoeken niet op, dan hoop ik dat je stopt met klagen over de toestand in zorgland. Want dat heeft dan eigenlijk niet zo heel veel zin.

Gerelateerde blogpost: “Wederzijds respect noodzakelijk vÒÒr medische fouten.”

LV

Het Groot ‘Zorgwoorden’Boek #3

imagesK4LYHNBH

De ‘Out of the Box’ – paradox

Waarschijnlijk is geen term de afgelopen jaren zo misbruikt als ‘Out of the Box’;  de laatste tijd leek de doos  wat aan populariteit in te boeten, maar dat heeft vooral te maken met de vervanger die inmiddels zelf  ‘Out of the Box’ gekomen is, het al even nietszeggende woord ‘omdenken’.

‘Out of the Box’ en ‘omdenken’ zijn begrippen die vooral gebruikt lijken te worden door mensen die in de ‘goeie ouwe’ tijd van Freud bekend stonden als neurotische types, ofwel de ‘anaal gefixeerde’ medemensen. Dit zijn mensen  met een aangeboren afkeer voor veranderingen, een onuitroeibare controledwang en een enorme behoefte aan een veilige, voorspelbare omgeving.  U kent ze vast wel, het middenkader van de gezondheidszorg zit vol met dit soort types. Door het gebruik van genoemde termen proberen zij zich anders voor te doen dan zij in al hun neurotische bekrompenheid zijn.

Een ander kenmerk van deze mensensoort is dat ze allemaal lijden aan een ernstige vorm van het papegaaisyndroom. Dit houdt in dat ze in navolging van elkaar allemaal hetzelfde jargon bezigen, een jargon dat gedomineerd wordt door zogenaamde ‘hypetermen’. U kent er  naast “Out of the Box’ en ‘omdenken’ vast nog  wel een paar, bijvoorbeeld  transparant, meten is weten, innoveren. Klinkt allemaal lekker, heel geleerd, ruimdenkend en interessant. Maar ondertussen weet men zich in de praktijk geen raad met al die termen. Gevolg is dat er bij de minder neurotische medemens een enorme verwarring ontstaat. Ga maar na:

  • Met transparant wordt namelijk niet helder, open en eerlijk bedoeld, maar iets dat vergelijkbaar is met kijken door matglas: vaag en schimmig. Zodra ik een ‘witte boord’ tegenkom die het over ‘transparant’ heeft, ben ik dubbel op mijn hoede en weet ik dat er iets verborgen wordt.
  • Meten is weten wordt tot het uiterste doorgevoerd, zonder dat eerst de cruciale vragen wat men ermee bereiken wil en wat de gewenste opbrengst moet zijn gesteld worden. Gevolg is een lawine aan overbodige scorelijsten en formulieren, die in de dagelijkse zorgpraktijk belangrijker zijn geworden dan degene die op papier centraal staat.
  • Innoveren wordt in neurotische beheerskringen vooral geïnterpreteerd als het herverpakken van oude wijn in nieuwe zakken en als dusdanig ook misbruikt als middel om maar zoveel mogelijk subsidie binnen te halen en te verkwanselen. Het merendeel van de Nederlandse zorginnovaties bestaat uit platgetreden paden die leiden naar open deuren.
  • Met ‘Out of the Box’ weet men zich al helemaal geen raad en de paniek is enorm op het moment dat er in een team een medewerker is die daadwerkelijk ‘Out of the Box’ gaat denken en doen. Men weet meestal niet hoe snel men dit soort medewerkers weer terug in het hok moet sturen. Liefst in een dwangbuis en met de mond gesnoerd. Dit fenomeen noem ik de ‘Out of the Box – paradox’.
  • ‘Omdenken’ geeft vergelijkbare taferelen als hierboven bij ‘Out of the Box’ beschreven. Zodra er echter daadwerkelijk iemand serieus om gaat denken, dan is het al snel afgelopen met het feestje. Momenteel is het heel erg in om te zeggen dat je niet in termen van problemen moet denken, maar in termen van uitdagingen. Of dat je je glas niet als half leeg, maar als half vol moet beschouwen. En zo wordt er van alles dat toch echt heel erg krom is, omgedacht naar recht, zonder dat de gemiddelde mens er in de praktijk iets aan heeft.

Ondanks alle mooie ‘hypewoorden’ zijn we anno 2016 terechtgekomen in een situatie die volslagen ondoorzichtig is, waarin het meten en weten is doorgeslagen in een administratief monstrum dat qua tijd en inspanning meer kost  dan de tijd en inspanning die we in het directe contact met mensen investeren., waarin innovaties vooral gericht zijn op het zo creatief mogelijk afromen van zorg, waarin ‘Out of the Box’ wordt gekenmerkt door een steeds verder aangeregen keurslijf van regels, procedures en protocollen en waarin de ‘omdenkgedachte’ gericht is op winst ten koste van menselijkheid.

LV

Ontspoorde Zorg(ondersteuning)

computer-says-no

Ik werk in een ziekenhuis waar nog niet zolang geleden een fusie heeft plaatsgevonden en waar, ook nog niet zo lang geleden, een nieuw EPD is ingevoerd. Beide ingrepen onder het , nooit bewezen, motto: efficiënter en goedkoper.

Met de invoer van het EPD werden wij getrakteerd op een geheel nieuw computerpark, inclusief een bataljon COW’s. (Computers On Wheels). Met de fusie werd de procedure voor het melden van storing, reparatieverzoeken en zo volledig gedigitaliseerd. Dit laatste houdt in dat waar tot voor kort 1 telefoontje aan de centrale helpdesk voldoende was, we nu digitaal een formulier moet invullen.

Ik ga u hieronder 2 voorbeelden geven van hoe dit in de praktijk tot voor kort ging en tegenwoordig gaat:

  1. Inlogproblemen COW

Tot voor kort:

  • Ik: Ik bel 0000: “Goedemorgen, met Lex van afd. XX. Ik heb een COW die inlogproblemen geeft.”
  • Helpdesk: “Hoi Lex, ik zet ‘m op de lijst.”
  • Ik: Dank je, ik wacht in spanning af”

Gesprek duurde nog geen minuut, meestal dezelfde dag werd de’ COW’ onder handen genomen.

.Tegenwoordig:

  • Ik log in op het intranet en zoek waar ik moet melden: in dit geval afdeling IT
  • Ik open het meldingsscherm, alwaar ik 10 (TIEN!!!) velden in moet vullen, inclusief het nummer van de COW en de ruimte waarin de COW te vinden is. Helaas zijn nog niet alle COW’s in het systeem ingevoerd, dus het nummer wordt niet herkend. Daarnaast zijn COW’s mobiel en niet gebonden aan een ruimte. Aangezien de COW het soms wel, soms niet doet, is hij nog wel in gebruik, dus is er geen ruimte toe te wijzen. Ik MOET echter een nummer en een ruimte invoeren, anders kan de melding niet verstuurd worden.
  • Ik bel 0000, kom daar 5 minuten in de wacht (wegens drukte) en leg het probleem voor. Het kost 2 minuten voor alle ins and outs duidelijk zijn, waarna de melding wordt gemaakt.
  • Een dag later arriveert de COW reparateur, die geïrriteerd is vanwege het feit dat de COW niet in een vaste ruimte staat , waardoor hij nu op zoek moet naar het arme beest.

Al met al ben ik 15 minuten met de melding zoet geweest.

  1. Zuurstof

Tot voor kort:

  • Ik bel 0000: “Goedemorgen, met Lex van afd. XXX. Ik heb 4 lege zuurstofflessen. Graag inruilen voor 4 volle.
  • Helpdesk: “Ga ik voor je regelen Lex”

Gesprek duurde max. 30 seconden. Probleem opgelost.

Tegenwoordig:

  • Ik log in op het intranet en zoek waar ik moet melden: in dit geval ???
  • Ik kom er niet uit waar ik deze melding weg moet zetten. Ik vraag wat rond, zoek in de database, ondermeer met de zoekterm ‘zuurstof’,  maar het blijft ???
  • Ik bel 0000 en sta wederom een aantal minuten in de wacht.
  • Ik leg mijn probleem voor. Gelukkig weet Helpdesk wel hoe het moet en legt het me uit.
  • Ik ga wederom naar het intranet, open het meldingsscherm, alwaar ik vervolgens 8 (ACHT!!!) velden verplicht in moet vullen:
  • Categorie: Gebouw / Terrein
  • Subgroep: Gebouwen / Terrein
  • Item: Medische Gassen
  • Gebouw:  ‘Onze locatie’
  • Ruimte: xxxx
  • Toelichting: ‘SVP 4 lege zuurstofflessen omruilen.
  • Functie Melder: pleegbroeder
  • Telefoonnummer melder: xxxx

Dit kostte me wederom 15 minuten. De vervolgmeldingen kosten uiteraard geen 15 minuten, maar zijn met 2 tot 3 minuten meer tijdrovend en arbeidsintensief dan ze waren.

Misschien ligt het aan mij, maar ik zie hier geen toename van efficiëntie en ook geen kostenreductie.

Wederzijds respect noodzakelijk vÒÒr medische fouten

 chickentrust

Jongstleden gisteren schrikkeldag blogde mijn HWC-partner Gonda een post onder de titel Wederzijds respect noodzakelijk na medische fouten’ Deze post is een (mijn) vervolg hierop. Zoals u kunt zien heb ik in de titel bij dit epistel een woord veranderd: in plaats van ‘na’ staat er nu ‘vÒÒr’. Een kleine wijziging die in de praktijk enorme implicaties heeft. Ik denk namelijk dat het gros aan medische fouten te wijten is aan een gebrek aan (wederzijds) respect dat al aanvangt voordat er daadwerkelijk een aantoonbare medische fout gemaakt is. (maar dat wel direct leidt naar de uiteindelijke aantoonbare medische fout) Ook zet ik hier nu het woord ‘wederzijds’ tussen haakjes, omdat ik denk dat het merendeel van ‘onze’ patiënten meer respect voor ons heeft dan dat het omgekeerde het geval is. Waarmee de titel van deze blogpost eigenlijk moet zijn: ‘Respect zorgaanbieders noodzakelijk vÒÒr medische fouten.’ En met zorgaanbieders heb ik het over het hele gremium dat zich bezig houdt met het aanbieden van zorg: van minister VWS tot raden van bestuur tot politici tot dokters tot zorgassistenten tot ………

Degenen die mijn posts volgen weten dat ik het te kort door de bocht vind gaan om de verantwoordelijkheid voor de afbraak van een humaan zorgstel bij de bewoners van de Ivoren Torens en de pluchetijgers te leggen. Immers, wij als zorgprofessionals laten het allemaal gebeuren en we doen er braaf aan mee. Zo volg ik in mijn dagelijkse werk veel regels en richtlijnen die ik of overbodig of zelfs klinkklare onzin vind en doe ik net als al mijn andere collega’s net zo hard mee aan het zetten van ‘vinkjes’ op de meest idiote formulieren. En ook kijk ik bij aanmeldingen voor opname die ik in mijn dienst krijg in eerste instantie niet naar hoe hard die opname nodig is, maar of de hele administratieve reutemeteut, incl. postcode, klopt. En ook stuur ik patiënten na opname (te snel) terug in een situatie waarvan ik weet dat de kans op (het opnieuw ontstaan van dezelfde) problemen ongeveer 99% is. En heb ik mezelf er op betrapt dat ik inmiddels  termen als ‘productie’, ‘merknaam’ en ‘zorgstraat’ apathisch over me heen laat komen. En doe ik netjes mee aan het behalen van criteria voor onzin certificaten / accreditaties, omdat we die nu eenmaal van de verzekeraar moeten behalen. En verloochen ik dagelijks datgene dat in mijn beroepscode staat en waarvan ik ooit plechtig beloofd heb dat ik me eraan zou houden. En werk ik in een toko die op papier alles mooi voor elkaar heeft, maar die in de praktijk net zoals 95% van alle toko’s net zo hard mee moddert in een cultuur van misleiding en hypocrisie. Hierbij de aantekening dat we vooral onszelf misleiden en daarmee vooral zelf verantwoordelijk zijn voor de creatie van het moeras waarin we nu zelf verzuipen.

Mijn excuses voor bovenstaand gedrag zijn dezelfde excuses als die van mijn directe collega’s, mijn management, mijn Raad van Bestuur: ‘iedereen doet het’, ‘er moet brood op de plank’ en ‘het wordt ons opgelegd’, om er eens een paar te noemen. Dat uit deze excuses een volslagen disrespect voor ‘onze’ patiënten en, erger nog, een behoorlijk gebrek aan zelfrespect spreekt, daar denk(en) ik / we liever niet al te hard over na.

Zolang deze cultuur van ‘niet nadenken’, ‘slikken’ en het zoeken van slappe excuses ook op de werkvloer en bij het management van zorgorganisaties opgeld doet en zolang wij als zorgprofessionals ons zelfrespect niet hervinden,  zal er in de zorg niets veranderen en kunnen de marktadepten in alle rust verder gaan met hun verwoestende werk. En geef ze eens ongelijk!!!

LV